Heils termen - pagina 211
201 wat Hem welb ehagelij k zij." (Ef. 5 10). 8, beproevende, onmiddellijk hieruit vloeit dan ook het wederkeerige der geMaar loofswerking voort. Zal Gods vs^elbehagen op ons rusten, dan moet :
ook onze
ziel
een welbehagen hebben in onzen God.
Elihu sprak het voor Job's ooren uit, dat daaraan de oprechtheid onzes harten moet getoetst worden, „of we een welbehagen hebben aan God." Niet slechts 's Yaders welbehagen rust op den Zoon, maar ook de verlustiging des Eeuwigen Zoons is in de heerlijkheid des Yaders. Leeft dus de Christus in ons, dan daalt niet slechts welgevallen om Christus' wil op ons neder, maar wekt de 's Vaders Christus ook in onze ziel een heilig vermaak, een innerlijk verlangen, een zichzelf verliezend welbehagen, dat geen ander voorwerp der verlustiging en der aanbidding kent, dan onzen God. Op den weg der zonde zoowel als op dien des geloofs moet het tot die innerlijke aandrift, tot die vrije bezieling, tot dat lusthebben aan onzen arbeid komen. Die van God afwijken, kunnen niet naar willekeur staan blijven, maar moeten nu of eeuwig den weg der zonde voleinden, als God hun zenden zal een kracht der dwaling, opdat ze veroordeeld worden, die niet geloofd hebben, maar een welbehagen hebben
Keeds
gehad in ongerechtigheid" niet voorbij, er is
„er
zijn
er,
die
Thess. 2 11, 12.) Men zie het in dezen arbeid der zonde; doen," maar er zijn er nog ergeren, (2
:
graad ver schil ook zulke
dingen
mede een welgevallen
hebben in die ze doen." De de zonde kan zulk een lust tot het booze worden, dat ze ten leste zelfs in verkleefdheid aan Satan ontaardt. Maar geldt dat van den weg ten verderve, dan ligt hierin ook de gang der door God gewilde ontwikkeling van onze natuur geteekend, en moet, ook op den weg des geloofs, de overbrenging van onze neiging ten goede, tot lust in het heilige onzes Heeren klimmen, en eindelijk uitbreken in volzalige verkleefdheid aan Hem, die onze Kotssteen is, ons deel, ons eenig goed. Niet slechts voor zichzelf, maar ook voor de gekochten door zijn bloed heeft de Messias het woord gesproken: „Ik heb lust, o, mijn God! om uw welbehagen te doen!" Wetende dat Gods kracht in zwakheid neerdaalt, en het gewaad des lofs komt, waar de benauwde geest vooraf ging, aarzelt Paulus niet, uit te roepen „Daarom heb ik een welbehagen in zwakheden, in smaadheden, in nooden, in benauwdheden om Christus wil*" Yan den Heilige zelf gaat dat welbehagen der ziel zelfs over op wat Godes is, op zijn wet, als de psalmist zingt: „Uwe wet is al mijn vermaking;" op zijn getuigenissen, als de zanger jubelt: „Ook zijn uwe getuigenissen mijn vermakingen;" op den tempel van Zion, als de klank de ziel ontglipt: „Bouw Zion op, o Heere, want uwe knechten hebben een welgevallen aan hare steenen en hebben medelijden met haar gruis." Wat van de schapen van Kedar geprofeteerd werd, aan Gods kinderen wordt het bevestigd, dat ze met welgevallen
„die ook
neiging
:
tot
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's