Nadere verklaring - pagina 16
14 draagwijdte van hun eigen woorden hebben weet ook zeer wel, dat partijen ook beoordeeld worden naar de personen die er toe behooren en vooral naar de personen van haar leiders en dat het dus voor een partij van het hoogste belang is haar leiders te beschermen tegen aanvallen op hun karakter, maar dat mag nimmer gebeuren ten koste van precies
niet
nagegaan.
de
Ik
de waarheid. Ik geloof niet, dat
een enkel
lid
dezer Kamer, van welke
partij
ook, het niet volkomen eens zal zijn met hetgeen ik zooeven op
den voorgrond
kom
Ik
tot
stelde.
de
Het verheugt in
en ik waardeer het ook zeer in mijn collega's
deze Kamer, dat hun aanklacht zich beperkt heeft
door in
feiten.
mij,
Kuyper erkend. Een
dr.
De
van hem
tot
de feiten zijn
zelf,
brief
Standaard, doet niet slechts dienst als bewijsmiddel, maar
moet tevens dienst doen zeggen: ons beperken
men
geschrift
verder,
tot
geloof
ik
als
akte
de
feiten
dat
men men
tegenover den persoon dien
van beschuldiging, dat wil
die daarin zijn vermeld.
Ging
dan zeer unfair zou handelen aanvalt,
omdat daartegen geen
verdediging heeft kunnen worden voorbereid. Wij moeten ons een
in
zaak als deze zooveel mogelijk houden aan de regelen van
het recht.
Mijn
plicht
om
het
is
de
houding van
dr.
Kuyper
geheel te bespreken en mij niet te bepalen enkel tot quaestie,
nl.
beweerde
de
denkingen tegenover sommige
in
de
haar
hoofd-
corruptie.
Daarom
feiten niet
terughouden. Mijn eerste
wil ik mijn be-
bedenking is niet daartegen gericht, dat de Minister een dame die voor een ander een ridderorde kwam vragen, niet terstond heeft verwijderd of de deur heeft gewezen. Op zich zelf steekt in zoo iets volstrekt geen kwaad. Wanneer een Minister zou willen verwijderen uit zijn Departement al de vragers die gekke vragen deden, dan zou
hij
daarvoor wellicht een aparten portier
noodig hebben. Maar ik keur het af, en ik geloof, dat ik dit vroeger steeds in het openbaar en ook hier tegenover Minister Kuyper heb gedaan, dat een Minister der Kroon zich als partijleider gedraagt. Ik
zou
na
daarop,
hetgeen de oud-Minister gisteren hier heeft hij zelf niet in zijn verdediging juist
gezegd, niet ingaan, wanneer
op ik
dit
het
punt niet
zijn
met
goed
hem
recht
Regeeringsgunsten komen vragen, gandabelangen behoort te bespreken, en
die
van
om
zoodanige
personen
geld
Op
had verdedigd.
eens. Ik meen, dat
te
hij
te
niet
dit punt ben met personen
gelijker tijd
dat
propa-
het niet betaamt
ontvangen voor de
strijdkas.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 28 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 28 Pagina's