Het heil ons toekomende - pagina 33
!
!
23 der
tijd
cano)iica
Om
ambtsaanvaarding- valt meest in jonger jaren. ') lacht men thans. Wie zal hier oordeelen?
En hoe kan
een aetas
Ten
slotte
met goeden tact kiezen, zoolang men aan de hoogere eritiek des geestes nog niet gewend is? Toch moet er dan gebeden, toch moet er dan gesproken, toch moet er dan gedankt, toch moet er dan gedoopt, toch moet er dan Avondmaal gevierd, toch moet er dan getroost, bestraft, vermaand Het het deelt zijn loop naar uren af. Arme ambt heeft zijn eischen, meusch, zoo de loop van het hart in ii met den loop van het uur-
immers het eigen
hart!
dit
—
!
vrerk contrasteert!
Gemaaktheid vervangt dan de levensuiting eener hoogere natuur. van dieper inzicht, vertoon van meerder wetenschap, uitstalling van talent moet dan veel leegs en hols en arms goedmaken en voor geestelijk voedsel dienst doen. Allengs verflauwt ook dat vuur. Sleur en gewoonte beginnen zich als machten in het leven te doen gelden. Het ambt wordt een manuaal. GemoedsWaar, wanneer ook spreek slechts o Bidden stemming doet er niet meer toe. Omgeving imponeert niet meer. Een gebed kan men altijd doen. De houding is spoedig aangenomen, de woorden vloeien van zelf over de lippen. Amen Het gebed is geschied Zoo met elke verrichting van het ambt. Schijn
!
.
.
.
.
!
!
!
!
!
Het gevaar is zoo groot Dat uitspreken van den zegen bij het scheiden in Gods huis, wien wordt het niet meer een niissa est, een gevoeglijk middel ter sluiting van de samenkomst, dan een werkelijk profetisch uitspreken van een zegen over de schare? Als de Doop in onze steden zich telken Zondag, soms tot twintig-, dertigmaal in eenzelfden dienst herhaalt, behoeft dan het gevaar nog aanwijzing, om den naam des Drieëenigen Gods ten leste uit te spreken, meer gedachteloos dan geestelijk, minder een sacramenteel woord dan een afgemeten klank! het Avondmaal anders? Als het hart er niet bij is, en Is het bij
dan te vermijden, dat valsche opwinding vervangt en men ten leste van het heilige staat te galmen, zonder dat de geest zich in die galmen belichaamt? Zie maar elk toe op eigen woord en gebaar Ook aan dezen vloek van het ambt is te ontkomen, maar veel gebeds en veel genade moet gezocht, om ernstig en waar te blijven,
ambt toch
het
den
echten
drijft!
Is het
levensgloed
'
men
als
dient aan het altaar.
niet, laat men zich wiegelen op den stroom van geo, dan komt een onheilige mechaniek van en gemakzucht, stem en vlotte taal en bevallig gebaar zoo licht de uitingen des geestes vervangen Dan komt men spreken, bidden, zegenen, doopen
Waakt men
—
voel
!
^)
De bepaling dat men voor z^n
dertigste jaar niet in het
ambt mocht gaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's