De leer der Verbonden - pagina 60
50
Dus in de allereerste plaats van Gods menschen, die geschapen zijn naar Gods beeld. En, als door den zondeval dat beeld bedorven is, dan de doodsvijand van een elk, in wien God dat beeld weer opricht. Ja hoe meer ge begenadigd zijt, hoe vinniger en vuilaardiger en sluwer Satan het dan op uw verderf toelegt. En daaruit nu, dat God en de mensch een gemeenschappelijken vijand hebben; een geestelijken vijand; een geweldigen vijand; een vijand tot den dood toe; een onverzoenlijken en onbekeerlijken wederpartijder; die er onder moet en eeuwig gebonden moet, of het zou met Gods '^er en 's menschen vrede gedaan zijn, daaruit zeggen we, volgt, welbezien, op zichzelf reeds de innerlijke noodzakelijkheid en noodwendigheid, dat God en mensch tegenover dien Satan in een verbond treden; zich wederzijds tot verzet en tegenweer verbinden en „Ik voor u en gij door de echte verbondsidée der plaatsbekleeding voor mij!", een zóó innig verbond en een zoo eeuwig verbond, een verbond tot in den dood aangaan, als tegenover een zoo geestelijken, altoos durenden en geweldigen vijand en wederpartij der onafwijsbaar noodig is en vanzelf wordt geëischt. Al wat men, Satan nu buiten rekening latende, van een verbond van God met den mensch, o, zoo godzalig beredeneeren moge, laat Nu ja, altijd den indruk achter en zal altijd den indruk achterlaten: dat is alles vroom en vroed gezegd, maar dat is eigenlijk niet anders dan beweldadiging en begiftiging met genade, waar gij nu den naam van een verbond aan geeft, maar hetwelk nauwkeuriger uitgedrukt toch niets dan een afspraak, een belofte, een overeenkomst, een ve7'drag is, maar het veel sprekender kenmerk van een wezenlijk verbond mist. Maar, zóó niet brengt ge u het beeld van den wedervoor den partijder, van Satan, dien vijand Gods en der menschen, geest, of dat eerst oneigenaardige wordt nu juist zeer eigenaardig, en Tegen den gemeenge komt vanzelf en ongezocht tot de erkentenis schappelijken doodsvijand! o, zeer zeker, thans gevoel en doorzie ik, dat het niet maar een belofte, niet maar een verdragsovereenkomst, maar wel terdege, wel zeer wezenlijk en in der waarheid een, in zeer toebehoort.
;
:
:
eigenlijken zin aldus
genoemd. Verbond
is.
in de bijzonderheden, dan kan het niemand voorgekomen verbondssluitingen aanstonds te doorzien, onder welke vormen en op wat manier de tegenstander en wederpartij der daarbij optreedt. Bij de Verbondssluiting in het paradijs, had men reeds te doen met een ernstig en ontzettend verleden, waarin Satan niet maar de hoofd-
Bezien
we
bij
elk der
als Satan ontstaan was. Satan was eens Gods liefste hoogst bevoorrechte, onder alle engelen de eerste. En was er een val der engelen, en tengevolge van dien val een ont-
rol speelde,
schepsel,
nu
nu meer
dit
moeilijk vallen,
maar
het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's