Heils termen - pagina 167
157
XYI.
HEILIGING IN DEN CHRISTEN. Jaagt den vrede na met allen en de heilig-
making, zien zal.
De
zonder welke niemand den Heere Hebr. 7 14. :
stengel wordt niet in den zaadkorrel geboord, blad en bloesem
den stengel gehangen, maar uit de korrel zelf komt het al zaam voort. Ook bij de heiliging kan dus wel van afscheiding, maar niet van toevoeging sprake zijn. Wat na de wedergeboorte te
niet
aan
te
voorschijn
komt,
of
in
de
eeuwigheid
ontluiken
zal,
ontplooit zich
werd weggeborgen
Niet kunstige samenvoeging, maar „groei en wasdom" is naar luid de Schrift „voor „heiliging" het beeld. Die wasdom nu mag met de „heiliging" slechts in zooverre vereenzelvigd worden, als door het wegnemen van het kwade die wasdom is te wachten. Immers de elementen zelf, die ten wasdom strekken moeten, zijn bij den wedergeborene steeds in volle kracht aanwezig. De bodem, waarin hij de wortelen zijner ziel spreidt, is hem de eeuwige levensbodem, die in de ontfermingen zijns Gods zich uitbreidt. Het licht, dat hem van noode is, straalt van de Zonne der gerechtigheid, zonder wisseling van dagen of van nachten storeloos uit. De bevochtiging van het ontkiemend zaad is in de besproeiing des Heiligen Geestes elk kind van God verzekerd. Eindelijk, de werkende levenskracht, die, van den kiem uitgaand, door wortelvezel en bladporie de voedende elementen inzuigt, om ze, tot heulsap omgezet, door alle aderen der plant te drijven, is voor het verborgen leven der geloovigen die bezieling, die geestesbeweging, die inspiratie, die, ook al reageert ze niet bestendig op zijn bewustzijn, geen oogenblik kan worden weggedacht, zonder hem terug te doen vallen in den dood. Slechts uitsteening van den akker, afscheiding van stof en smet en woekerplant, bovenal mijding van giftige invloeden is dus noodig, om den wasdom te doen gedijen, en juist in dezen arbeid wordt het werk der heiliging volbracht. Volbracht, door Hem, die het alles werkt, dus door God, maar langs middellijken weg minstens evenzeer, als door volstrekt eigen daad. Onmiddellijk is deze heiliging, voor zoover de plant zelve door innerlijke werking los kan laten, wat zich aan haar schel en schors zoekt te hechten. De kracht, waarmee de wereld, in haar zondige verschijning, aan onze ziel kleeft, ligt niet enkel in die wereld, maar evenzeer in onze ziel. Er zijn in onze ziel oneffenheden, er gaan van onze ziel vezelen en draden uit, die met het hechtingsvermogen der
uit het zaad Gods, dat in de diepte der ziel
de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's