Practijk der godzaligheid - pagina 30
22 Integendeel ze heeft die. Ze kan diegeen oogenblik verliezen. En ze derft die volstrekt niet, al komt die in de openbaring naar buiten tijdelijk niet uit. Immers die kerk openbaart zich naar buiten, in het zichtbare, nooit in haar geheel, maar altoos deelsgewijs. Waar ook het Verbond zich toont, de middelen der genade hoe gebrekkig ook werken, en God volk verzamelt, daar komt de kerk door het scherm der zichtbare dingen te voorschijn, daar komt ze voor den dag, daar toont ze zich, daar wordt ze openbaar. Nu kan dit schelen. De eene maal zal ze geheel doorzichtig door het scherm zich toonen een ander maal zal dat scherm haar trekken half verduisteren; en een ander maal weer zal ze achter dat scherm bijna geheel onmerkbaar worden. Maar dat alles doet er niet toe. De kerk is er, niet omdat ze door het scherm heen voor ons merkbaar wordt, maar ze wordt nu duidelijker, dan minder duidelijk merkbaar, omdat ze achter dat scherm er is, aanwezig is en bestaat. En daaraan nu juist heeft men te allen tijde de echte clericalen van de gezuiverden ofte gereformeerden kunnen onderscheiden, dat de clericalen altijd den grootsten nadruk leggen op het verband van het uitwendige der kerk, terwijl de zuiver gereformeerden zich aan het Verhond van het inwendige der kerk vastklemmen en steeds volkomener ruste vinden in die wezenlijke kerk, die er, uitstroomend uit het Raadsbesluit en naar den hemel doorgaande, duidelijk of minder duidelijk merkbaar, aldoor is. Nooit, nooit mag of kan dus het wezen der kerk van eenig uiterlijk verband met andere kerken, van kerkgewoonten, of instellingen, afhankelijk worden gemaakt. Die verbanden, gewoonten en instellingen kunnen allerprachtigst zijn, zonder dat er iets in of achter zit, d. w. z. zonder dat er een stippeltje van de kerk van Christus in aanwezig wordt bevonden; een mummie in een praalgraf. En omgekeerd, het kan gebeuren, dat al die verbanden stuk liggen, al die gewoonten zoek zijn en al die instellingen inzonken, en dat toch die kerk wel terdege ritselt en tintelt en ruischt en haar leven stroomen laat om ons heen. Denk aan de kerken onder het kruis, of ook aan de kerk der Waldenzen. Ter verduidelijking hiervan geven we dit beeld: Als de zon aan den hemel staat is haar schijnsel, is het licht er, onverschillig of ik mijn ramen openschuif om het rechtstreeks op te vangen, een gordijn laat vallen om het te temperen, of ook de luiken sluit om het uit te bannen. En omgekeerd, als de zon onder is, dan wordt haar schijnsel niet gevonden, ook al toover ik door electrische lichtbollen een den dag schier evenarenden glans om mij heen. En zoo nu ook is het met de kerk. De kerk op aarde is nooit een met eigen hand door ons ontstoken licht, maar steeds het schijnsel, de uitstraling van die kerk, die in Gods Eaadsbesluit ligt. Of nu de loop der gebeurtenissen, de historie der volken, Satans listen en de zonde van Gods volk al maken, dat die uitstraling niet helder door het opge-
steld als haar eenheid zoekende.
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's