Heils termen - pagina 156
146
De wijl
anderen daarentegen komen ongetwijfeld in aanmerking, beiden een betrekkelijk recht moet worden toegekend.
beide
aan
der Christelijke Kerk toch, dat de eerste mensch „in en heiligheid" geschapen was, werd, tegen haar gerechtigheid ware bedoeling der Schrift in, alras zoo eenzijdig, onde geest en tegen verklaard, dat verzet niet kon uitblijven en stootend en natuurlijk eigen stelling kracht tot weerspraak zoeken van een kiezen het men in de leer der Kerk ontstond uit de vervan overspanning Deze moest. „volmaaktheid," en was niet uit betere met „heiligheid" van Avarring
De
belijdenis
van de Schrift, maar veeleer uit miskenning van de Openbaring geboren. Vergetende, dat „heiligen" een afscheiden van het zondige, en niet een b ij v o e g e n van het goede is, liet men zich verleiden om slechts dat geheiligd te achten, wat in volstrekten zin volmaakt was en dus slechts eeuwig blijven kon wat het was. Yan Adam leerende, dat hij in „ware heiligheid" geschapen was, meende men dan ook van hem te moeten vaststellen, dat hij der volstrekte volmaaktheid deelachtig was geweest, en elk standpunt dus ondenkbaar was te oordeelen, dat boven het zijne zou uitgaan. Deze zienswijze moest, ten spijt van den bijval, dien een niet gering deel der Gemeente haar schonk, op onverwinlijk verzet stuiten, wijl ze afweek van de Schrift. Toch werd ze niet met de Schrift, maar veeleer van tegenovergestelde zij bestreden. Het waren de nog niet gebrokenen in zich zelf, die, van elke diepere opvatting der zonde afkeerig, de hoogte, waarvan Adam viel, zochten in te korten, om het volstrekte van zijn val te verkleinen. Ongeveer als ze zich
w^aardeering
hun eigen zondige ontwikkeling
voorstelden,
dachten de bestrijders
dezer ziens wijs zich den zondeval van Adam. Loochenaars van de erfzonde, verklaarden ze in volkomen onschuld geboren te zijn en eerst van lieverlee voor de verleiding te zijn bezweken. Zulk een neutrale onbeslistheid, zulk een zedelijke onbewustheid en dus instinc-
kenden ze daarom ook aan onze eerste voorouders toe, winnen voor de beschouwing, dat, waren ze niet gevallen,
tieve onschuld
om
plaats te
uit dien staat van onnoozelheid allengs tot meerdere heiligheid zouden zijn opgeklommen. Dat moest luisterende ooren vinden. Daargelaten toch het verleidelijke en vleiende voor ons hart van elk denkbeeld, dat den ernst der zonde miskent, bood de bestreden meening in de daad twee wendbare plekken. Immers de vraag was niet te ontwijken: 1^. welk doel dan hun leven op deze aarde zou gehad hebben, en ten 3. hoe bij volstrekte volmaaktheid zich een mogelijkheid van vallen denken laat? Zoo de volstrekte volmaaktheid Adam met zijn formeering uit het stof der aarde ware ingeschapen, waarom werd dan het paradijs niet onmiddellijk door hem met den hemel verwisseld? Het paradijs toch, hoe grootsch en schoon ook, was nog niet des hemels heerlijkheid. Er moet dus een zedelijk doel zijn geweest,
ze
^
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's