Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het heil in ons - pagina 124

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het heil in ons - pagina 124

3 minuten leestijd

114 de onbekeerden niet tal van edele karakters en rechtschapen personen voorkomen, die veelszins voor de goddelijke Wet ijveren en juist de wetteloozen tegenstaan. En dan hebbe men al aanstonds onze onbewimpelde verzekering, dat we er van verre niet aan denken, om alle onbekeerden voor wettelooze belagers van wet en orde uit te maken. Integendeel, hun ijver voor recht en goede zeden is vaak verrassend; hun prijsstellen op het gezag der wet moedgevend; en hun waardeeren van wat recht en orde onder menschen in stand helpt houden, beschamend voor wie hun streven miskend had. Maar, en zie hier het alles afdoend verschil, waardoor ge de kinderen Gods van de kinderen der wereld kunt onderscheiden, zij, de onbekeerden, ze willen wel een wet, maar niet de Wet Gods; of ook wel een Wet Gods, maar niet de Wet Gods uit de Heilige Schriften. Hun wet, waarvoor ze ijveren, waarvoor ze lijden en worstelen willen, is „het goeddunken van hun eigen hart", het inzicht waartoe ze zelven kwamen, de inspraak van wat ze hun consciëntie noemen, maar welbezien niets anders is dan hun eigendunkelijk, eigenwillig, zelfgekozen gebod. Geboden die ze dan, o^ voorzeker, gelijk Paulus in Eomeinen twee zegt, zeer gaarne ontleenen aan een consciëntiegetuigenis dat oorspronkelijk goed was, waarin de sprake Gods nog nawerkt, en dat genoegzaam is om hun alle onschuld te benemen, maar dat nu bij de uitlegging in bijzonderheden geheel aan hun eigen willekeur is overgeleverd. Ja, geboden, waarvoor ze, o, zoo gaarne de autoriteit van goddelijken oorsprong te hulp roepen, mits hiin goedvinden en niet de Schrift over dien goddelijken oorsprong mag beslissen. Maar geboden, die toch in den wortel, niet God in zijn Wet, maar het schepsel in zijn eigen gerechtigheid doen minnen, en wier dienst bijna altijd met

felle vijandschap tegen die wezenlijke Wet Gods, die krachtens de Schriften onderwerping vraagt, bij deze uitnemende karakters gepaard

gaat.

nog komt de

aard en natuur van den wedergeborene 3. door wat de auteur zegt in het 17e en 19e vers: „Het kwaad dat ik niet wil, doe ik", maar zóó, dat hij er bij kan voegen: zoo nu, „doe ik datzelve niet meer, maar de zonde die in mij woont." Wie in dit ontzaglijk woord een vrijbrief tot zondigen wil lezen, zie toe hoe hij zich voor God verantwoorde. Bij zulk een woelen der schandelijkste onheiligheid houden wij ons zelfs niet op. Voor een iegelijk toch, die de kentering van de worstelingen des gemoeds kent, is het volkomen duidelijk, dat in dit woord eer een toon van triomf vernomen wordt, en er een hooge zegepsalm van zalige vrijmaking en ontbinding van banden en overwinning op den Sathan in ruischt. Zie, eertijds was het ook voor Paulus een vallen in zonde geweest, dat er hem al dieper in verzinken deed, er hem telkens al dieper onder bedolf, en na elke nieuwe zondeopenbaring hem door vergoêSterker

aan het

licht

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

Het heil in ons - pagina 124

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's