Het heil ons toekomende - pagina 190
180 waarheid ga nooit voorop, maar
volc/e
steeds de bekeering des harten."
hebben de vaderen ze genoemd. Dit blijve en worde door niemand misvormd tot de hond, waarbij men de ze, belijdenis aanvat. Zóó als ze in Gods woord ligt uitgesproken, zoo blijve die verkiezing ook voor ons leven, of ons zou de schuld treffen, als ze door onware vooropstelling aan smaad werd bloot gegeven en tot een aanleiding werd voor den spot " Nooit gelde de onbekende
Het
factor
Jiart'" der belijdenis
der
Augustinus
uitverkiezing reeds
als
richtsnoer voor de prediking, waartegen „Wijl het ons onbekend is, wie tot
waarschuwde:
het getal der uitverkorenen behoort, wie niet, moet in ons woord die toon heerschen, dat wij allen tot de zaligheid wenschen te brengen. Dit zal maken, dat wij een iegelijk, dien de Heere op onzen weg plaatst, in een kind des vredes trachten om te zetten, en dat feitelijk
hen blijft, die erfgenamen der belofte zijn." woord des vermaans van den grooten Calvijn toegevoegd: „Zoo iemand de schare aldus toesprak: Dat ge niet zij gelooft, komt daar vandaan, dat God u voor het verderf bestemd zou niet slechts traagheid gevoed, maar boosheid gekweekt lieeft, worden. En zoo iemand deze stelling ook op de toekomst uitbreidde: zou er een verGij zult niet gelooven, wijl ge verworpen zijt, vloeking, geen Evangelieprediking gehoord worden." Toch bezondigt zich, wie ter vermijding van dit gevaar, de heeropenbaring Gods over de uitverkiezing verzwijgt. Daarin juist lijke stak de zonde der Kemonstranten, die op hun Synode in 1612 te Utrecht gehouden, voorschreven, dat men wel de uitverkiezing, als gevolg van Gods voorwetenschap te gelooven had, maar er op den predikstoel van had te zwijgen. Een beweren, door Augustinus reeds met klem weerlegd, toen hij schreef: „Zoo de heilige schrijvers van de Schrift en de kerkdienaars die na de Apostelen zijn opgest^n, blijkbaar beiden deden: èn de uitverkiezing prediken èn hun gehoe zullen we meenten onder de tucht des vromen levens houden, dan vrede hebben met hen, die willen dat het stuk der uitverkiezing voor het volk verzwegen worde? Neen, het moet gepredikt worden, opdat hij die ooren heeft om te hooren het vatte. Evenals de vrucht der vroomheid te prediken is, opdat de Heere naar eisch van zijn Woord eeëerd worde, zoo is ook de praedestinatie te prediken, opdat wie het" geestelijk gehoor ontving, over het werk van Gods genade, in God, niet in zichzelve roeme." Aan dien stelregel houden we ons, óók tegenover hen, die wel een verkiezing der Gemeente leeren, maar geen verkiezing der enkele personen aanvaarden durven. Eerst blijke wat de Heilige Schrift dienaangaande leert. 30: „Verblijdt u daarin, niet dat de geesten Jezus zegt. Luk. 10 u onderworpen zijn, maar verblijdt u veelmeer daarin, dat uwe namen geschreven zijn in de hemelen." onze
vrede
Waaraan nog
alleen
op
dit ernstig
—
—
—
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's