Honig uit den rotssteen - pagina 90
!
76 Niet de wereld. Die geborenen uit den
gij,
bij
ziet
Hem
Vader,
niet en kent
want
„gij
Hem niet. Maar wèl Hem en Hij blijft
ketit
ulieden."
nog wel mogelijk, dat ge bij uzelven soms de Geest er wél is, nog niet stellig beslissen durft, dat zijn voetstap daar voor u staat. Welnu, wacht dan, en verbeid en onthoud u. Maar onmogelijk is het dat gij ooit zeggen zoudt: „Ziet, daar trekt de Heilige Geest voor ons uit!" en dat ge, onder dat heilig roepen, een pad der zonde zoudt inslaan. Het is zulk een heerlijke, bezielende gedachte, zoo in uw verbeelding dien Geest van God daar als een heilige banier stil en langzaam te zien voorttrekken en in uw gedachte het aan te zien, hoe in een lange rij al Gods kinderen achteraan komen. Achteraan komen, zoodat er wel eens een enkele een oogenblik eigenwijs toeven maar om toch gauw weer den Geest na te ijlen. Of ook een bleef, ander vooruitliep, maar om zoo weer achteruit te treden tot de Geest weer voorbij is. Tot eindelijk, eer het bij den hoek der eeuwigheid om gaat, al de verlosten door het bloed des Lams weer in den heiligen legertrein, elk in zijn gelid en op zijn plaats zijn. Mijn broeder, hoe is uw ziel er aan toe'? Ziet ge den Geest voor u uit trekken? o, Love dan al wat in u den Heilige. En anders, ga ook gij in Gods kracht ijlings, langs is het spoor der zielsverbrijzeling, dien Geest achterna
Want
aarzelt,
toch,
ziet
en
dat
ge
het
is
als
XXVIII.
W^t
licracljt gij iilncn ürocdci-.
wilde dat alle menschen waren gelijk maar een iegelijk heeft zijne eigene gave van God, de een wel aldus, maar de andere alzoo. 1 Cor. 7 7. Ik
als ik zelf ben,
:
den broeder" is een vooral in onze dagen veelkwaad. Ernstig heeft de Heilige Geest er tegen gewaarschuwd, toen Hij door Paulus den Romeinen liet toeroepen: „Wat oordeelt gij uwen broeder, of ook gij wat veracht gij mvcit zullen allen voor den rechterstoel van Christus broeder''^ Want wij gesteld worden" (Hom. 14 10). Maar in weerwil van die vermaning kruipt dit ergerlijk kwaad toch voort en voort, en het „verachten van den broeder", vooral van den kleine, minder bedeelde en minder begaafde onder de broederen, blijft al voortgaan. Eer wordt het er erger dan beter op. Wie veel kennis opzamelde en vroed oordeel bezit, ziet gemeenlijk „Verachting
vuldig
van
voorkomend
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's