De leer der Verbonden - pagina 14
;
van den persoon onzes Heeren Jezus en van den weg der verlossing en van de heiligmaking der verlosten; maar over God zdf werd de kennis al zeer gering. Over niets wordt zoo weinig geschreven en gelezen, gepredikt en gehoord als over Gods eigen Wezen ; over zijn deuyden en eigenschappen; en over zijn raad en werk, voor zooveel het met zijn natuur in verband staat. Het is of alles belang inboezemt op het terrein van den godsdienst; alleen maar de eigenlijke kennisse van God zelve)/ niet. Er is, of we het ons verhelen of niet, vooral in de kringen der Christenheid, een wolke tusschen God en zijn volk ingedrongen, dat het zich bij alles ophoudt, maar zonder door te dringen tot Hem zelven. Men bidt zoo zelden meer, dat het door den Zoon metterdaad tot den Vader doordringe en eindige met het Drieëenig Wezen te aanbidden. Bij het noemen van den Heere wordt zoo bijna uitsluitend aan den Middelaar gedacht. Het is het voorzienig bestuur; het is de vergeving der zonde; het is de bekeering der ziel; het is de worsteling met Satan; het is de vrage om in te gaan, en zooveel meer, dat boeit en de zielen inneemt; maar dat leven nabij den levenden God; dat met den Eeuwige persoonlijk verkeeren; dat bewonderen, eeren neen, het is niet en aanbidden van onzen God in zijn Godheid, weg en het hield niet op, maar het is toch minder geworden. Haast zou men zeggen, velen van onze vroeg gestorven vrienden, die, naar onze stille verwachting, de eeuwige zaligheid zijn ingegaan, moeten bij hun opwaken in zaliger gewesten, zich bijna verwonderd hebben, daar ook .... God nog te vinden. Niet alleen den Heere Jezus en zijn heilige apostelen en het engelenchoor en de vergaderingder volmaakt rechtvaardigen, .... neen .... maar .... ook God ;
.
.
.
zelf nog.
geen opzet, geen booze toeleg, om zich van het Hoogste vervreemden. Eer zijn we overtuigd, dat het louter genade zeer bijzondere genade, indien men aan deze vervreemding
Dat
is
Wezen
te
was en van het Eeuwig Wezen eenigszins ontkwam. Dit
slechts
mogen we
niet verzwijgen, dat het eertijds anders was;
en beter.
Wie de bezielde
moet
het
heerlijke werken opslaat, eeuw der Eeformatie, b.
wel treften,
die ons zijn overgebleven uit de v.
de schriften van Calvijn, dien
dat daar volstrekt niet de redeneering op den
voorgrond staat, om den toestand van onze maatschappij te verbeteren, of de menschen te bekeeren, of op allerlei speciüek Christelijk werk bedacht te zijn, maar dat de eenvoudige, klare, constante redeneering altijd is: hoe maakt ge dat de menschelijke maatschappij Gods Naam niet meer onteert? hoe brengt ge teweeg, dat die man, die vrouw God niet langer hoont? hoe roept ge een toestand in het leven, waardoor God in der menschen werk tot zijn eere komt?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's