Heils termen - pagina 193
183
WELBEHAGEN. In menschen een
Welbehagen. Luc. II
:
14.
naderend Kerstfeest ons uit de Ontferming over. Door meer toch dan aardsche tonen, naar het hooggetij de het lied van „in menschen van dat terugkeer wordt bij de lippen gelegd alleen „ Weibeha g en" de ons op welbehagen" een is de rijke volle klank der liefde, die ons het mysterie van Bethlehem's kribbe uitspreekt, en meerder nog dan de Ontferming vormt juist dat „Welbehagen" des Eeuwige voor elk Kerstlied en elke Kerstprediking de aanminnig verheffende en altijd boeiend schoone stof. Wat Welbehagen in onderscheiding van Ontferming is, zagen we reeds. Langs twee lijnen, dus ongeveer gaven we het onderscheid tusschen beiden aan, langs twee lijnen beweegt de liefde Gods zich naar haar voorwerp, als Welbehagen naar zijn schepsel, en Ontferming naar den Zondaar; ze heet Ontferming, als waar ze door de zonde heen gaat. Welbehagen, waar ze geen en ons dunkt, reeds door het spraakgebruik zelf zonde ontmoet, wordt die onderscheiding ten volle bevestigd. Over een ongelukkige ontfermen we ons, maar de moeder heeft in haar zuigeling een welbehagen. En evenzoo. Een gevallen kind zal in het vaderhart de Ontferming doen op waken, terwijl het kind, dat hem vreugde schonk, een voorwerp is van zijn^welbehagen. De openbaring der Schrift stemt met dat spraakgebruik nauwkeurig
Ongedwongen
leidt het
Welbehagen
;
—
overeen.
raad,
Van „Welbehagen Gods"
eer
spreekt
nog de zonde gebaard was,
ze
als het
in Gods
eeuwigen
in den brief aan de
Gemeente van Efeze heet: Die ons te voren verordineerd heeft tot aanneming tot kinderen, door Jezus Christus in zich zelven naar het welbehagen van zijnen wil (Ef. 1 5). Ze wijst ons gedurig op den Eengeboren Zoon des Vaders, :
geen zonde gekend heeft, als van dat Welbehagen het eenig en het hoogste voorwerp. „Ziet mijn knecht, dien ik ondersteun, mijn uitverkorene, in denwelken mijne ziel een welbehagen heeft! Ik heb mijn geest op hem gegeven!" (Jes. 42 1). „Gij zijt die
:
mijn geliefde Zoon, in U heb ik een welbehagen" (Luc. 3:22). En ze spreekt niet minder beslist van een Welbehagen Gods in menschen, voor zoover die als in Christus besloten en dus van zonde verlost worden gedacht. „Hun arm heeft hun geen heil gegeven, maar Uwe gerechtigheid en Uw arm en het licht L^ws aan-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's