Practijk der godzaligheid - pagina 239
231 volksrampen, bij de uitbreking van verkeerdheden in de Kerk, de beroeping van een predikant, werd zelfs een algemeen
Bij
ook
bij
vasten uitgescbreven.
Van den naam „bededag"
bijvoeging vast- en bededagen nog op ieders lippen meê saam. bijna zoo ver gekomen, dat op hoogst enkele Thans daarentegen is bet het vasten meer uit eigen beoefening uitzonderingen na niemand meer heugt, dat hij 't zijn vader of moeder niemand kent; het bijna niemand het denkde benardste oogenblikken zelfs in zag doen; en voetspoor onzer vaderen tot een vast- en weer op 't beeld invalt, om gewoel, onze toevlucht te nemen. van tot kerkelijk bededag, in stee twist onder gereformeerden een de broeoudste kerk der Als in de van heilige Avondmaal men de bediening het schortte uitbrak, deren des Heeren op totdat de broederen weer verzoend waren en hield inmiddels vast- en bededagen als middel ter verootmoediging. Thans kibbelt men voort over de vraag aan wie de schuld ligt, en is
de
onafscbeidelijk; ze vloeit er
onverzoend zijns weegs, onverzoend soms zelfs zijn weg des Heeren. Staat onze aan het vasten ontwende tijd daarom geestelijk zooveel hooger dan die onzer vaderen, die het vasten nog beoefenden? voorts
gaat
naar de
tafel
Wat
oordeelden onze vaderen er van? Ziehier Calvijns oordeel: heilig en behoorlijk vasten heeft drie einden: want wij gebruiken het om ons vleesch te temmen en te kastijden, opdat het niet te dartel zij, of om bekwamer tot gebeden en heilige gedachten te zijn, of opdat het zij een getuigenis onzer vernedering voor God, als wij willen onze schuld voor God belijden. Het eerste einde heeft zelden plaats in eenen algemeenen vastendag, omdat aller menschen lichamen niet eenszins gesteld zijn, daarom betaamt het beter sommiger menschen vasten. Het tweede einde dient allen in het gemeen en ook eenen iegelijken bizonder: want het is zoowel der gansche gemeente noodig, dat zij zichzelve tot gebeden bereide, als een iegelijk
„Een
geloovige.
„En het derde God een volk
ook desgelijks: want het geschiedt somtijds krijg of pest, of eenige ellende, In zulke algemeene straf moet het gansche volk zijn schuld bekennen. En is het dat de hand des Heeren iemand bizonder slaat, die moet ditzelve dat
einde
slaat
met
of met zijn huisgezin doen. Dit is voornamelijk gelegen in de gezindheid des harten. Want als de geest en het hart gezind is gelijk het betaamt, zoo kan het nauwelijks wezen zonder een uitwendig ge-
alleen
tuigenis te geven
:
en
dit
dan allermeest,
als het geschiedt tot
gemeene
opdat zij, al hun zonde openbaarlij k belijdende, Gode den lof der rechtvaardigheid geven en elkander onderling een iegelijk door stichting,
zijn
exempel vermanen."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's