De leer der Verbonden - pagina 15
Het mtgano;spuiit en het eindpunt der redeneering is bij die koene, krachtige mannen altijd God zelf. En in dit onvoorwaardelijk en onveranderlijk altijd weer teriio-komen op de Sprinkader des levens en goeden Fontein" lag hun eigenlijke kracht. Want het verdiept en verheldert dien tevens, indien ge bij alles den moed hebt, steeds den ganschen weg uwer gedachten af te loopen en niet te rusten, eer ge weet, dat ge uitkomt bij God en uitkomt met wat ge van dien God belijdt. Terugkeer tot dat betere doen, is dus ook het kortbegrip van al wat we met ons dringen op meer gereformeerd belijden bedoelen. En dat waarlijk niet, alsof we ons zelven ook maar eenigermate of in een enkel opzicht voor vromer of gewijder of dieper van geest zouden houden, dan zij die aan deze heilige consequentie, om het zoo eens uit te drukken, zich ontwenden. Het is den Heere bekend, hoe ver we van zoo dwaze inbeelding af liggen, en eer worstelen al den dag en al den nacht, om aan de vervreemding van Gods eeuwig en volzalig Wezen te ontkomen. Maar als het Gode belieft aan iemand, wde dan ook, al is hij ook de minste aller broederen en de onw^aardigste der menschenkinderen, den drang in het hart te geven, om zulk een verkeerde wijs van doen te bestrijden, dan mag zulk een niet zwijgen. Dan zou het menschen boven God eeren zijn, indien hij, menschen ten believe en zich zelven ten gerieve, van spreken afliet. En dan steekt er noch aanmatiging noch overmoed in, indien zulk een, wat hij ziet en inziet dan ook eenvoudig, zooals hij „aller
geest
uw^
het
ziet,
In
zegt.
dien
zin
en
met
die
bedoeling was het dan ook,
dat
we de
particuliere genade indachten en ter sprake wilden brengen.
Velen hebben gemeend, daarin een zucht tot onbroederlijk berispen verdachtmaken te mogen zien. Over zulk een klacht spreken w^e niet. Yoor menschenoog verborgen, vallen zulke booze overleggingen des harten onder de rechtstreeksche jurisdictie van den Heere, onzen God. En slechts in zooverre zoo booze vermoedens den zegen van ons woord zouden kunnen rooven, sta hier ten overvloede de kalme verzekering, dat geen ander doel, dan om allen weer in levend verband met den levenden God te zetten, ons dreef en bezielde al haasten we ons hieraan onverwijld de bede toe te voegen, dat Hij, de almachtige God, de Kenner ook van ons hart en de Doorgronder onzer ziele, bedekke en vergeve wat van dat doel afwijkend of er tegen ingaande, opwelde uit ons eigen onrein gemoed. Ook bij de „leer der Verbonden" nu, waar we thans aan toe zijn, stellen we ons geen ander dan ditzelfde doel voor oogen. Indien iemand, na onze reeks over de particuliere genade gelezen en
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's