Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het heil ons toekomende - pagina 166

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het heil ons toekomende - pagina 166

3 minuten leestijd

156 oordeeld.

heiligen

Wie waagt het dan dit zondige over God ? Ze wordt dan ook door wat we .

brengen op den

te

zien en

waarnemen

in het onderling verband dat we tusschen de geesten van verschillende orde en tusschen de geesten met uiteenloopend talentental zien geboren worden, ontdekken we geen chaotische vervorming, maar kunstige orde en regeling. De geschiedenis uitgesloten.

volstrekt

Immers,

we uitnemend waarom Paulus

niet in de dagen van de dagen van Serubbabel geboren werd, en evenzoo, waarom niet Petrus te Tarsus, Hosea niet in Babyion, Daniël niet in Jeruzalem arbeidde. Evenals de loop en stand der grootere en kleinere starren, toont ook de loop en stand van elk der geesten die God de Heere verwekt heeft, een zoo verbazing wekkende grootheid van plan, dat we, ondanks onszelven, ook bij het lezen der geschiedenis den uitroep niet onderdrukken kunnen: „o, Diepte des hoe ondoorzoerijkdoms, beide der wijsheid en der kennisse Gods kelijk zijn zijne oordeelen en onnaspeurlijk zijne wegen!" Welbehagen, vrij macht, uitverkiezing beteekent slechts, dat de oorzaak der onderscheiding niet hinten God, maar in God ligt. Het beduidt, dat de Heere van leven en dood bij deze bepaling aan niets buiten zich maar aan zichzelf gebonden is. Het spreekt uit, dat geen duizendste deel, ja volstrekt niets van dit ver reikend verschil uit ons eigen hart of de levensuiting van anderen kan verklaard worden, maar eenig en alleenlijk afhing van het Wezen Gods. Dit zegt natuurlijk niets, zoo men het Wezen Gods in een klank

lezende begrijpen

Noach,

David

niet

in

!,

naam laat opgaan, of van den hoogen God alleen spreekt, als van een wezen/oo^p laatste eindoordzaak der dingen. Maar wie een God aanbidt als Vader, Zoon en Heiligen Geest; wie belijdt dat het hoogheilig Wezen deugden en eigenschappen heeft, wier uitnemendheid al ons denken te boven gaat, neen, die zal niet zeggen: „Hiermee is of

verklaard !" maar slechts in stillen ootmoed belijden, dat hierverklaring is aangewezen, die onze naspeuring ontvlucht. wij het Goddelijk Wezen in zijn innerlijk verborgen bestaan even nauwkeurig als we de stoften der natuur kennen, de verklaring van dit welbehagen zou voor ons naakt en geopend liggen. Maar nu het schepsel niet anders kennen kan dan ten deele, nu het hoogheilig Wezen zelfs voor de kinderen des Koninkrijks een mysterie niets

mee een Kenden

aanbidding blijft, nu we den Heere der heeren sleclrts uit zijn openbaring en zijn werken kennen, en nooit, achter deze, tot in de diepten van zijn goddelijk zltn, d. i. in zijn Jehova-naam kunnen doordringen, nu is Welbehagen natuurlijk de laatste mijlpaal, waartoe onze kennis voort kan reizen, niet wijl geen weg daarachter ligt, maar wijl die we^ ons niet is ontsloten. Vrijmacht Gods, ziedaar dus het laatste woord, waarin niet alleen de verklaring van het geesUdijk, maar evenzeer die van het natmuiijk leven haar rustpunt vindt. Met dit feit dient gerekend. Niet om met der

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's

Het heil ons toekomende - pagina 166

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's