Practijk der godzaligheid - pagina 94
86 diepte giftig in de ziel wordt geschoten; dat is, voor de vraag die thans ons bezig houdt, al om het even. Het is op u aangelegd. Gij mikpunt. En onder allerlei lieflijken vorm, gaat het ten leste zijt toch om uw leven; om het leven van uw ademtocht, tot ge stikt in uw doodsstrijd, en om het leven uwer ziel, zoolang ge niet ontkwaamt naar de Vrij stad. .
En
nu
.
.
dan de vraag: Wat is alsnu deze gevaren, de wille Gods? Wil nu de Heere, dat wij zondtr ons te verweren, deze machten over ons zullen laten komen? Dan wel eischt Hij, dat we er ons tegen verweren zullen? De vraag knn nooit zijn: Mogen we ons verweren? Dat toch zou leiden tot een laf en spierloos geloof. Dat zou weer wezen God daarboven zeer verre van ons, en wij hier beneden naar eigen lust levend, en mits we nu maar niet al te ver gaan, ja, dan mag dat wel; dan zal God dat wel door de vingers zien; ga dan maar uw gang. Neen, mannen broeders, zulk een God is de Heere ónze God niet. Hij is „de Heere der heirscharen", zijns is de hemel en al zijn heir, en Hij doet ook op deze wereld met zijn menschenkinderen al wat Hem behaagt. De machtige God der goden heeft een wil. Een wil voor élk bijzonder geval. Yoor élke zaak. Over élken persoon. Een afwachtende bij
dit
alzoo zijnde, zoo ontstaat
het dreigen en over ons
komen van
:
houding
is
"Vandaar, eigenlijk
bij
God ondenkbaar.
dat
liever
er
ook
wilde,
hier
dat
moet gevraagd,
we ons
niet:
„Zou God, die
niet verweerden, het ons, als
we
dan
toch zoo op staan, niet uit gunst of goedigheid wel willen toestaan!" Dat is God den Heere om de eere zijns Naams brengen. er
Zulk een God ware geen God, bekleed met majesteit. Neen, maar wel dient alzoo gevraagd: „Die God, die als straf voor en om der zonde wille deze drie machten van de Doornen, van Kaïn en van de oude Slang tegen ons losliet, liet die levende God deze drie vijanden tegen ons los, opdat we er ons tegen verweren zouden, of wel, opdat !" ze ons weerloos zouden neder werpen Wie God vreest, vraagt naar den geopenbaarden wil des Heeren gelijk die daadwerkelijk wil. Naar niets meer noch minder. Zoo moet het dus ook hier zijn. En welke nu die wil zij, moet opgemaakt niet uit inbeelding, niet naar gril of wilkeur. Er moet gevraagd, heeft God de Heere zijn wil geopenbaard in deze? En indien ja, welke is die dan?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's