Honig uit den rotssteen - pagina 251
:
237 toestand misten de kinderen Gods onder hebben wel de belofte gehad, maar hetin die belofte beloofd was niet verkregen, opdat ze zonder ons
En
toch,
Israël iets,
geen
algemeene
als
dat er
nu
is.
Zij
zouden volmaakt worden. dat, dat nu juist is de half en half toestand, ook uu nog, van elk kind van God, dat wel tot zijn Heiland is toegebracht, maar nog
niet
En
niet
voor
zijn
klaar,
eigen, geestelijk, persoonlijk bewustzijn in zijn
Hoofd en Heere is ingeplant. Het meest merkt de ziel dat
om
hieraan, of ze
„nog
alle
dagen
staat
dienen," dan wel, of ze reeds „met Jezus gezet is en gezeten aan de rechterhand Gods." Onder Israël, zegt de apostel, stond een iegelijk priester nog alle dagen dienende; maar Jezus heeft éénmaal één slachtoffer geofferd en is nu voor eeuwig in ruste en heerlijkheid gezeten aan de rechterhand Gods. Dit nu slaat natuurlijk niet op valsche werkheiligen, want de „priester die daar stond alle dagen dienende" was een priester des AUerhoogsten en nam dag aan dag den dienst waar naar de ordinante
tiën zijns Gods. Zij, die ook nu nog onder ons „staan, alle dagen dienende," zijn dus reeds priesters en priesteressen geworden, personen ingeleid en ingewijd in den dienst des Heeren onzes Gods. En zie, dat komt nu juist overeen uit met den toestand van het dat, stierf het op het oogenblik, getrokken kind van God, dat er is voor eeuwig binnenging; maar toch voor zijn eigen zielshewustzijn de zalige genieting der heilige rust en der rijke inplanting in den Heiland nog niet voelde aanbreken. Een toestand, als waarin bijna elk kind van God den eersten tijd na zijn bekeering zich bevindt. Want, ja, er zijn uitzonderingen; er God de zijn er zeer enkelen, die opeens in het volle licht gaan; Heere is vrij machtig, en nooit mag, welke weg ook, voor aller weg gelden; maar toch zulke zielsgevallen zijn zeer, zeer zeldzaam, en vooral in onze dagen niet dan zeer schaarsch gezien. En verreweg het meerendeel van Gods kinderen maakt de ervaring, dat er eerst na de bekeering een nog onbevredigende, een teleurstellende toestand volgt, en dat we, eerst als de ziel dat te boven raag komen, in de liefde onzer ziele ingaan. Nog scherper onderscheiden, zou men misschien zeggen moeten, dat er in de eerste liefde na de bekeering wél volle vrede is, doch dat er daarna verkoeling en ontmoediging intreedt; maar bij die fijnere onderscheidingen honden we ons nu niet op. Hoofdzaak is het feit, dat men eerst een tijdlang reeds in Jezus zonder nog feitelijk voor ons bewustzijn hem te zijn ingeplant, is, en dat eerst daarna die teederder, zaliger inplanting ook voor ons zielshewustzijn komt. En dan voelt men van achteren al het verschil. Dan voelt men ;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's