Dat de genade particulier is - pagina 189
I.
UITKOMST EN MIDDEL. En
zeide een tot
er
hem
:
»Heere, zijn er
ook weinigen, die zalig worden?" En de Heere zeide tot hem Strijd (gij) om in te gaan door de enge poort. Want velen zullen :
zoeken,
om
kunnen!"
in
te
gaan,
maar
Luk. 13
zullen niet :
23, 24.
leven is „den eenigen waarachtigen God te kennen zendeling Jezus Christus." Bij alle vraag naar heil, naar het heilige, naar waarheid, komt het er dus voor alle dingen op aan, dat we toch ook niet maar het kleinste stukje afschilferen van de zuivere gaafheid van de kennisse Gods. In veel kunt ge dolen zonder dat het u hindert. Maar als ge in de kennisse van het volzalig Wezen en de hoogheerlijke eigenschappen, deugden en mogendheden van Jehova, onzen God, feil gaat, dan wreekt zich dit door een ontreddering van heel uw bewustzijn, door een verminking van uw geestelijke krachten en een opdrogen van de fontein der genade. Dan verdort uw ziel en teert ge uit. Vooral bij zoo gewichtige verborgenheid als de dood van het heilig
Het
en
eeuwige
zijn
Godslam en het „bedoelen Gods" met dat zoenoffer, moesten we dus aan hen die „een algemeene genade" voorstaan, in allerlei vorm de hoog ernstige vraag op het hart binden: „Ziet ge dan niet,
allereerst
vrienden, hoe ge, aldus leerende, troebel, onzuiver en tegenmaakt de kennisse van den levenden God?^^ Met dat doel leverden we, wat men oudtijds noemde: een aantooning van de absurditeiten waardoor „de algemeene genade" geoordeeld wordt. Toen dat
lieve
strijdig
ten einde was, deden we een beroep op het beter ik van deze tegensprekende broederen, door hun te vragen: „Lieve vrienden, toen ge veranderd werdt, toen ge uw lieven Heiland vondt, toen ge bidden leerdet, heeft toen de Heilige Geest u niet innerlijk en waarachtiglijk
aan toe kondt brengen, er eer fel tegen in van Boven?" Daarna gaven we dezen broederen in overweging zelf eens in te denken, wat ze met hun nieuwe leer nu toch wel wonnen, daar immers, 't zij dan dat zij, 't zij dan dat onze vaderen gelijk hadden, de ervaring toch leert dat er maar een o, zoo klein percent van de 1400 millioen menschen is, dat zalig in Jezus afsterft? En toen we hiermee den weg ons gebetuigd,
dat
gij
er niets
gingt, en dat alles, alles, alles is
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's