De leer der Verbonden - pagina 113
103
En Decaan
SchmoUer, die in Langes Bibelwerk den profeet Hosea bewerkte, oordeelt op blz. 67: „Als men deze plaats bij Hosea onbevooroordeeld beziet, ligt het stellig het meest voor de hand om te vertalen: als Adam; derhalve een verwijzing naar Gen. 3, want ook Adams zonde was het overtreden van een verbondsbepaling. Het gebod toch door God aan Adam gegeven, riep een betrekking tusschen hem en de Heere in het leven, die naar analogie van latere betrekkingen, als een verbondsbetrekking kan beschouwd worden."
De
rollen zijn dus feitelijk omgekeerd.
men in de periode, toen nog tegen het werkverbond werd gestreden, in alle geleerde kringen zijn best deed, om dini „als Adam'' Terwijl
weg
en onze gereformeerden dus tegen den stroom hadis het nu juist omgekeerd zóó komen te staan, dat men in geleerde kringen, om den strijd tegen het werkverbond nnuwlijks denkend, weer bijna eenparig en als een eenig man vertaalt: als Adam, en dat nu Dr. Van Oosterzee en andere bestrijders van het werkverbond juist den stroom tegen zich hebben gekregen, en voor ons, maar voor hen de noodzakelijkheid bestaat tot niet te
den op
cijferen,
te roeien,
verweer.
mete men nu eens af, wat het oppervlakkig en door zeggen in Dr. Van Oösterzees dogmatiek beteekent: „de exegetische grond in Hos. 6 7 is volstrekt onvoldoende." Hiernaar
niets
gestaafd
:
Toch willen we, om het gewicht der
zaak, hier
nog
iets
dieper op
ingaan.
namelijk in de eerste plaats beweerd door Mercerus, en op door Kivet en anderen, dat er, indien men te vertalen had „als Adam", een lidwoord voor „Adam" moest staan, dus niet
Er
is
zijn voetspoor
„Ke'adam" maar „Ke/ïa'adam" of saamgetrokken „Ka'adam". Hierop nu is te antwoorden: 1". dat juist omgekeerd in alle menontbreken als er een eigenstaan indien een gemeen zelfstandig naamwoord ware aangeduid. Het hier ontbreken van het lidwoord is dus geen argument tegen maar juist vóór de vertaling „van Adam"; 2*^. dat wel is waar in het scheppingsverhaal altijd het lidwoord voor „Adam" staat (Ha'adam), maar dat dit daar vandaan komt, dat Adam, zoolang hij nog alleen was, eenvoudig „de mensch" heette, evenals op een dorp waar slechts één besnedene gevonden wordt, men nu nog spreekt van „de Jood" of ook bij andere personen van „de bakker", „de smid", een spraakgebruik, waaruit de voorvoeging van de in zoo menigen eigennaam ontstaan is; maar dat 3. na het scheppingsverhaal, zoodra Adam eigennaam is geworden het lidwoord wegvalt, en niet meer iID*1Xr^ (Ha'adam), maar schelijke
naam
is
talen
het
lidwoord
behoort
te
bedoeld, en er bij zou behooren
te
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's