Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 121

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 121

3 minuten leestijd

107 gedurig en aldoor bezoeken. Dat deed eu doet Hij ook l)ij u. vraag weer niet, of gij het ;iltijd, of gij het ooit gemerkt hebt. Dat doet er niet toe. De Herder Israëls is een opzoekend (Jod, die eiken dag aanklopt, en in elk ernstig levensoogenblik op u toeschiet, en bij u is als gij bedroefd zijt, en aan uw reehterhand staat als ge worstelt, en zijn hand zegenend over u uitbreidt, als de wolf in het schaapskleed u grijpen wil. De opzoekende God bezoekt ons veel meer dan we denken. Hij wordt nooit moede weer te komen. Hij laat niet af. En stel nu eens, ge werdt aan u zelf door vvederbarende, geloof inplantende genade ontdekt, o, dan zijt gij gaan behooren tot die weinigen, die het merken als God de Heilige, de Heerlijke, hen }>ezoekt. Die er weet van hadden. Die er genot van hebben. En die soms zoo zalig, zoo verrukkend mochten getuigen van de ontmoeting waarmee ze gezegend waren, en soms zelfs tot gemeenschapsoefening met den Ontfermer doordringende, de aanbidding der liefde en het liefdegenot der aanbidding hadden gekend. Bezocht door den Heilige, om op den lichtglans, dien dat bezoek in de ziel achterliet, nog dagen selcn

Ik

te teren.

En

bij Jeremia nu nog maar, nu onderwijst u de Heilige Geest hier, dat al dit bezoeken Gods eigenlijk nog een ander doel heeft, dan om u een voorbijgaande genade te komen thuis brengen, en dat het eigenlijk doel van al dat bezoeken Gods is, om u mede te nemen en u thuis te halen hij zich. Bij elk bezoek van God aan onze ziel moet er dus, zal het wel zijn, weer een stuk van ons hart meê naar boven.. Telkens weer een iets van onze persoonlijkheid losgemaakt om vooruit in te leven en in te wonen in den hemel. De Heere komt en vindt het scheepke onzer ziel vastliggen voor tien ankers en vastgesnoerd aan ketenen en kabeltouwen, en nu maakt die Koning van het Jeruzalem dat boven is, eiken keer dat Hij ons bezoeken komt, weer één dier banden los om ons al losser ti; maken en al meer koers aan het scheepke te geven; tot eindelijk het laatste, het eigenlijke bezoeken komt, het bezoeken dat zijn einddoel bereikt, en na het loskappen van het laatste ankertouw, het scheepke in beweging geraakt en het voor wind of tegen wind, dat moet de stand der ziele beslissen, uitgaat naar de stranden der eeuwigheid. En bezie in dat licht dan nu uw verscheiden of het heengaan van uw lieven eens! Een „bezoek" van uw Heer. Een komen van Hem, die reeds zoo dikwijls kwam, om ze eindelijk meê te nemen. Hij, de Heere, hoort hier toch niet. Zijn huis, zijn paleis, zijn heerlijke woning, is daarboven. In die andere, in die reine wereld. In dat eeuwige, dat nooit uitgeputte, dat stoorloos zalige om den troon. F^n daarom, naar dat Hoogere, dat Reuwige, dat Goddelijke keert zijn

een

zie,

nieuwe

aan

al

dat heerlijke voegt dit woord

verrijking

toe.

Want

luister

;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 121

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's