Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Heils termen - pagina 121

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Heils termen - pagina 121

3 minuten leestijd

111 aan de Gemeente te Epheze schrijft, dat de Zoon Gods een Gemeente gekocht heeft met zijn bloed, „opdat Hij haar heiligen zou," of den Thessalonicensen toebidt, dat „de God des Als

Pauliis

zich

vredes hen heiligen moge," of eindelijk in 2 Cor. 7 1 schrijft: „voleindigende de heiligmaking in de vreeze Gods," :

dan wordt hier „heiligen" blijkbaar telkens in een zin gebezigd, die op nog onvoldoende heiliging doelt. Allerwege in de Schrift vinden we derhalve de dubbele grondgedachte terug, die de Heere zelf als de raadselachtige, maar onmisbare tegenstelling, in het kleed zijns Koninkrijks invlocht: de reiniging volstrekt en nochtans te voltooien, i^fdoende hiervoor is wat Jezus bij zijn rede van den Wijnstok sprak. In den vertrouwden kring zijner ingewijde jongeren, de innigste teederheid van den levensband, die hen samenbond, in beeldspraak weergevend, stelt Hij voor der jongeren oog het oude en gewijde, het zoo doorzichtige als keurige beeld van den Wijnstok en de Kanken, en stelt nu vlak naast één, zonder den minsten overgang, de schijnbaar tegenstrijdige en zoo men wanen zou elkaar uitsluitende verklaringen: lo. „Al wie vrucht draagt, die reinigt Hij, opdat ze meer vrucht drage, en 2o. gijlieden zijt nu rein, om het Woord, dat Ik tot u gesproken heb." „Gereinigd" dus en desniettemin „nog te reinigen" gezegd van dezelfde jongeren. Die dubbele lijn loopt door geheel Jezus' levensopenbaring in verband met de zijnen. Het is altijd een eeuwige volkomenheid, die reeds in het heden door het geloof begrepen wordt, en toch evenzeer een nog steeds komen van een toekomst, die men beidt. Wil men nog een soortgelijke uitspraak, men denke aan Joannes 13. Ook daar eenerzijds de volstrekte verklaring: „Gijlieden zijt rein," en toch onverzoend daarnaast de schijnbaar geheel strijdige uitroep „Indien Ik u niet wasch, hebt gij geen deel aan Mij," Toch meenen we ook van deze zegswijzen te mogen beweren, dat ze in den grond een zelfde beteekenis hebben, en dat miskenning van die innige verwantschap tot misverstand van het woord „heiligen" :

in de eene of andere beteekenis voert.

„Heiligen"

is

het

kwade van het goede

Aan

ophouden der vermenging door of het het goede van het kwade af te zonderen. verklaring houden we vast. En nu wordt

doen of

deze eens gegeven het verschil van „heiligen" in deze dubbele beteekenis volkomen opgehelderd, zoo we in die plaatsen des N. Testaments, waar sprake is van „geheiligd zijn" aan een daad denken, waardoor het goede van het kwade is afgescheiden, en daarentegen bij schriftplaatsen, die op nog onvoltooide heiliging doelen, een daad Gods ons voorstellen, waardoor omgekeerd het kwade almeer wordt afgezonderd van het goede. De Gemeente is geheiligd. Dat wil zeggen, niet alleen de bekeerden in haar midden, een misvatting die ten ernstigste moet o.

i.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's

Heils termen - pagina 121

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's