Practijk der godzaligheid - pagina 167
159 het geval is, omdat deze niet dan op ééne plaats tegenwoordig kunnen zijn met hun majesteit en kracht maar dat dit volstrekt niet opgaat bij Koning Jezus, om de eenvoudige reden, dat Koning Jezus, als zijnde der goddelijke natuur deelachtig, met zijne godheid, genade, majesteit en geest aldoor zijn belofte waarmaakt: „Ik zal met u zijn al de dagen tot aan de voleinding der wereld." Hieruit blijkt dus duidelijk en overtuigend, dat er bij geen mogelijkheid in eenige kerk van Jezus, 'tzij een souverein, 'tzij een soort stedehouder of plaatsbekleedend souverein kan zijn. En nu zegge men niet: „Maar, eilieve, de koningen der wereldsche rijken bezitten toch wel souvereiniteit niettegenstaande God de Heere toch de eenig absolute Souverein is, waarom, waarom kan de Souvereine Koning der kerk dan niet eveneens „kerkelijke souvereinen hij de gratie Christt' hebben aangesteld, gelijk God AlmaGhiig wereld:e souvereinen aanstelt bij de gratie Gods?" Want immers het is terstond in te zien, waarom deze redeneering
koningen alzoo tegelijk
;
niet opgaat.
Zie toch,
God Almachtig is volstrekt niet alleen absoluut Souverein maar wel terdege ook over de kerk, eenvoudig omdat
over de wereld, Hij
God
is
en dus de bron van
alle
macht en kracht in
Hem
alleen
rust.
nu God de Heere, als absoluut Souverein over de wereld, aardsche vorsten bij overdracht deze souvereiniteit gegeven heeft, precies evenzoo heeft God de Heere, als absoluut Souverein over de kerk, deze souvereiniteit gegeven aan den Middelaar Gods en der menschen, den mensch Christus Jezus. Reden waarom die aardsche Gelijk
aan
koningen hun ontvangen souvereiniteit dan ook eens aan den Heere moeten teruggeven, en evenzoo de Heere Jezus zijn opgedragen en ontvangen souvereiniteit eens aan den Vader weer moet overgeven,
God
in allen (Cf. 1 Cor. 15 25 v.v.). dus niet naast elkander stellen de Souvereiniteit Gods over de aarde en daarnaast de Souvereiniteit Christi over zijn kerk. Volstrekt niet. Neen, maar Godes Souvereiniteit gaat over wereld en kerk heide j en naast elkaar komen nu onder deze Goddelijke Almacht te staan, l''. voor de wereld de souvereine vorsten, en %^. voor de kerk de Souvereine Koning in den hemel. En gelijk nu een koning bij de gratie Gods in de wereld zijn souvereiniteit onmogelijk voor een deel kan overdragen op een ambtenaar of onderdaan, maar die steeds en aldoor ongedeeld zelf moet bezitten, evenzoo nu is het ook volstrekt onmogelijk, dat Jezus Christus, die door God Almachtig aangesteld is tot Souverein Vorst over de kerk, alsnu deze souvereiniteit geheel of ten deele op een ambtenaar of gemeeutelid zou overbrengen. Elk gewagen van een souverein persoon of van een souverein
opdat
zij
Men moet
alles
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's