Dat de genade particulier is - pagina 149
:
139 niet gevallen mensch, in gelijke mate krachhelderder en sterker moet gesproken hebben, als zijn stand hoog verheven was boven de zedelijke ellende waarin nu de zondaar neder-
nog recht-staanden, nog tiger,
ligt?
Men houde
dus
toch
eens
eindelijk
op,
om
op
Adam
een voor-
den boozen overtreder bijna tot een martelaar en den heiligen God tot een hoogst wreed en onbarmhartig late dan toch eens af van het toepassen op Genesis' wezen maakt eerste kapittelen van de onheilige theorie, waarmede de Victor Hugo's en Dumassen, de galeiboeven en hoeren in interessante, beklagenswaardige martelaars en slachtott'ers hebben omgetooverd en biede toch eindelijk eens weerstand aan dat onheilig streven, dat er maar op uit is, om door het indragen in \ie Schrift van de grondbeginselen der stelling over te brengen, die
;
;
revolutie die gnnsche Schrift te ontzielen. Neen, Adams overtreding was wel in der waarheid het schandelijkst
gruwelstuk, dat ooit begaan is; de zonde bij uitnemendheid, waaruit, uit een altijd vliete^de fontein, aller zondaren zonden zijn uitge-
als
vloeid
omdat
en
;
onder allen Adam, alleen zonder zondaar te zijn, van alle boosheid die in het onheilig wezen
zondigde, het inbegrip der zonde besloten ligt.
Wat
heeft
nu God de Heere tegenover
dit
stuk van hoovaardij ge-
daan ?
God had deze gansche menschheid, deze gansche wereld, dit gansche samenstel der dingen op staanden voet kunnen verdoen, verdelgen en vernietigen, niet waar, om terstond daarna een nieuwe menschheid, een nieuwe aarde, en een nieuw samenstel der dingen tot aanzijn te roepen.
Het geval Gelijk
staat gelijk
men
weet,
met wat aan
Israël in
de woestijn overkwam.
heeft eerst Israël typisch en daarna Christus in
de werkelijkheid alles over moeten doen wat den mensch in het parawas opgelegd. Op volkomen goeden grond mogen we dus Israëls val in de
dijs
woestijn in vergelijking brengen met 's menschen val in het paradijs. En wat lezen we nu, dat de Heere na Israëls val over dat schuldig Israël tot
Mozes
zei?
Exodus 32 7 en v.v. „Toen sprak de Heere tot Mozes Ga heen, klim af van den berg, want uw volk, Israël, heeft het verdorven en ze zijn haastelijk afgeweken van den weg dien Ik hun geboden had. Zoo heb Ik dit volk gezien en zie het is een hardnekkig volk. En nu laat Mij toe, dat mijn toorn tegen dit volk ontsteke en ze vertere !" Waaraan dan onGij
leest het in
:
:
middellijk
het grootsche en majestueuze denkbeeld wordt toegevoegd:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's