Het heil in ons - pagina 110
100 blijft
hij
recht
ook
onoprecht; spreekt
al
onoprecht in den wortel van zijn wezen; onophij waarheid naar zijn beste weten dan zelfs ;
onoprecht als hij bidt. Maar gebeurt dat onbegrijpelijke dan ook aan hem; grijpt God hem aan wordt hij uit dat glibberachtige, verraderlijke, leugenachtige wezen uitgenomen, opgetrokken en overgezet op het terrein der waarheid en des waren levens, o, dan is ook zijn ziel oprecht gemaakt, oprecht zijn ademtocht en oprecht zijn bidden, ook al is het, dat het slib dat aan zijn voetzool bleef hangen hem ook op dit heilig terrein nog telkens doet uitglijden en zelfs het anders spreken dan zijn hart meent hem door een verduistering van genade nog een enkel maal ;
overkwam. Oprecht van
en wezen is een iegelijk die uit het webbe der en die nu God aanziet gelijk Hij is, en zich er aan toe ligt, en de wereld in haar holheid, zelf beziet gelijk hij ijlheid en nietigheid doorgluurd heeft, en nu weet wat er is van woord en ook weet wat er van Gods Woord aan is, en 's menschen alzoo de wereld van zijn droomen, den God van zijn inbeeldingen, de hoogheid van zijn eigenwaan, ja, heel het onwaarachtig tooneel en de geveinsde vertooning van zijn leven en aanzijn voor waarheid, voor harde maar dan ook sterkende en verfrisschende waarheid heeft leugen
is
staat
losgewikkeld
uitgeruild.
Spreekt dus Paulus van onze „geheel oprechte geest en ziel en lichaam"; gewaagt hij van een feestvieren „in de geheel ongezuurde brooden der oprechtheid", of ook lezen we van Job, den hard beproefden lijder: „Hij houdt nog vast aan zijn oprechtheid", dan is in deze oprechtheid niets te loven noch groot te maken dan de macht Gods, die deze begenadigden uit de wereld der leugenachtige inbeelding in de wereld van zijn waarheid heeft overgezet, op het gevaar af dat ze nog een nawerking van leugen in zijn heilig erf indroegen. En vraagt men dan nu ten slotte welke plaatsen dan wel in aandan luidt ons antwoord: al zulke plaatsen, waar, merking komen? onder waarborg dat het zoo is, van wedergeboren personen wordt uitgesproken, dat ze heilig en volmaakt, of ook zonder zonde geweest :
—
zijn of
En
konden
zijn.
B. v. als Paulus zegt: „Zoovelen wij er! ons allen naar denzelfden regel wandelen"; de gemeenten aanspreekt als „heilige en beminde broeders"; als hij als hij roemt „alle dingen te vermogen door Christus, die hem kracht geeft"; of ook als Johannes de uitspraak neerschrijft, „dat wie uit God geboren is, niet zondigen kan". Van al deze Schriftuurplaatsen nu zal ons blijken, dat ze, met wat kunst of machinatie ook, nooit zóó kunnen of mogen uitgelegd, dat en die alleen ze ooit ofte immer „een volmaaktheid der trappen", reeds hier op aarde leeren zouden. Maar dat ze in geschil is
zulke
plaatsen
dan volmaakt
zijn,
—
zijn
laat
—
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's