Een midden-eeuwer in onze dagen - pagina 44
waarheid staven
duidelijke onweerlegbare bewijzen te
zoo
door
oogen
de
dat
der
anderen
kunnen
alleen door opzettelijke ver-
voor zulk een zonneklaar licht gesloten kunnen blijven.
blinding
boezemt aldus haren aanhangers een soort van tegenzin in tegen de aanhangers van elke andere, tegenzin die hier aan minachting, daar aan haat grenst en die sterker of zwakker wordt in allerlei schakeeringen, naarmate de staatkundige verhoudingen der verschillende religieuse groepen hunne wederzijdsche gevoelens bepalen, en ook naarmate de rest der beschaving, de invloed van wijsbegeerte en wetenschappen, de indrukken der gewijde denkbeelden meer of minder aantasten. Daar dus iedere godsdienst de natuurlijke band der menschheid min of meer verscheurt en de sympathieën en rechten der menschheid niet in Elke
religie
dezelfde mate wenscht toe te staan aan hen die door verschil van zijn gescheiden en daar dit nu het natuurlijke gevolg van de voor zichzelf gepretendeerde voortreffelijkheid van iedere religie, zoo mist elke van hen het recht om deswege de aanhangers van welk geloof ook, burgerrechten te onthouden. Bij tegengestelde opvatting zou de Staat of geen enkel, of slechts één enkel geloof moeten dulden. Het eene noch het andere ware
zienswijze
;
is
uitvoerbaar
bij
den tegenwoordigen toestand der wereld
;
het eene
met het andere ware met het wezenlijk welzijn van den Staat in strijd en een aanslag op de natuurlijke rechten van den mensch die
ook
hij
burger wenscht erkend en waartoe in het bijzonder
als
om
de vrijheid behoort
werven zelf
en
de
beste
religieuse
mijdelijk
de zaligheid van een volgend leven
lijkt.
De
te vereeren
grondwaarheden veroorzaakt, gevolg
der
geloofsvrijheid,
is
maar
een zij
natuurlijk, onveris,
standpunt bezien, niet zoo nadeelig voor den Staat geloofd.
de eenige zijn
naar
te ver-
op eene wijze, die hem scheiding, door de verscheidenheid der
Opperwezen
het
van het als
juiste
vaak wordt
Deze door den godsdienst veroorzaakte scheiding is niet Al hare leden immers in de burgerlijke maatschappij. veelvuldige
betrekkingen in verschillende afzonderlijke
groepen, in aparte maatschappijtjes vereenigd. Elk van deze heeft
hare eigenaardige wetten, doordringt hare leden met hare eigene opvattingen en vooroordeelen, verschaft hun een eigen kring met aparte
groep zich altijd
drijfveeren in schrijft zich
hun bezig leven en hunne beschaving; elke
zelve hoogere voortreffelijkheden toe en scheidt
menschen buiten haar min of meer nadeelige manier.
van
de
af
op eene voor de laatsten
Zoo leven
adel, burgerij
en
40
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 76 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 76 Pagina's