Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Practijk der godzaligheid - pagina 206

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Practijk der godzaligheid - pagina 206

3 minuten leestijd

198 worstelperk te worden toegelaten, niet zijn afgewezen. Niet wijl schuldeischer hadden, maar wijl we van schuld en zonden in Christus gereinigd en van de aanklacht, die tegen ons was, vrijgesproken zijn in zijn bloed. „Wij dan, zoo heet het daarom, gerechtvaardigd zijnde door het geloof, hebben vrede bij God door onzen Heere Jezus Christus." En dezelfde Jezus is het, die, als „uitroeper'* voor ons uitgaande, ons in het worstelperk inleidt; want aldus gaat hij voort: „Door welken wij ook de toeleiding hebben door het geloof w. z. tot dit heerlijk worstelperk, „in welke tot deze genade,'^ d. wij ook staan", d. i. in welk worstelperk we nu onzen stand, onze uitdagende houding hebben aangenomen, „in de hoop der heerlijkheid Gods"", of wilt ge, in het uitzicht op de kroon der heerlijkheid die ons de Kamprechter zal reiken. Nu, wie alzoo in het strijdperk is toegelaten en daar zijn stand genomen heeft, dien is het hard, indien niemand met hem wil kampen; die ziet veeleer om zich, of er geen worstelaar zich tot hem opmaakt; en die jubelt derhalve in deu letterlijken zin des woords, zoodra hij den druk van den man, die met hem aansloeg, om nek en schouderen gewaar wordt. Daarom gaat dan ook Paulus voort: „En niet alleen dit," niet alleen dat we onzen stand alzoo in het perk genomen hebben, maar „we roemen ook in de verdrukking'\ d. w. z. we beroemen er ons op, indien men ons niet voor dwazen staan laat, maar den strijd met ons aanbindt en ons den druk van den tegenstand doet gevoelen. Te worstelen was ons doel, en daarom, nu we worstelen kunnen, jubelt ons hart, „wijl we weten,'' aldus besluit hij nu, dat dit worstelen, „deze verdrukking, lijdzaamheid werkt, en de lijdzaamheid bevinding, en de bevinding hoop, en die hoop beschaamt niet, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door den Heiligen Geest, dien Hij ons gegeven heeft." Eerst nu we werkelijk aangegrepen zijn en de hand, die ons op den bodem werpen wil, ons om de lendenen greep, eerst nu waakt onze kracht in ons op; eerst nu trekt onze arm zijn sterkte aan; wordt nit dien forschen aanval kracht tot weerstand, en uit de hoogste inspanning kracht om stand te houden, de kracht om staande te blijven, om ook dien aanval te kunnen lijden, d. i. de lijdzaamheid, geboren. Druipt dan eindelijk die eerste worstelaar, wijl hij ons niet aan kon, af, dan gaan we met te meer vertrouwen de tweede worsteling, nu met een sterkere tegen, want de lijdzaamheid, het feit dat we dien aanval lijden konden, uithielden en doorstonden, heeft dan „bevinding gewerkt", d. w. z. ons op de proef doen blijken, dat de kracht om naar dien prijs te dingen er is, en daardoor dat besef van kracht en hooger moed in ons gekweekt, waardoor de vrees van geslagen en terneer geworpen te worden, al meer wijkt. Zoo wekt de het

we geen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's

Practijk der godzaligheid - pagina 206

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's