Heils termen - pagina 83
73 dat het tegelijk goddelijk en mensclielijk SacramentsteekerLen onafscheidelijk met het eigenaardig van het Heilsverbond samenhangt. Intusschen men lette er wel op dit is van de Teekenen der Gemeente, niet van de Teekenen des individueelen levens gezegd. De Gemeente, niet de enkele, volmaakt in Christus en ten volle met Hem vereenigd. is nu reeds Van den enkelen mensch geldt dit slechts, in zoo verre hij werkelijk een levend lid der Gemeente is; nooit zoo ge hem op zichzelven neemt, nooit in zijn alleenheid en afzondering. Alleen in dat verband werkt dus ook de goddelijke factor, en wordt het Gods daad, die in des menschen daad zich uit. Van God gaat ook 's menschen daad daarbij uit, want de Heere is het, die tot den mensch spreekt: „Doe dit." Dan ontstaat het Sacrament, doordat de gemeente, in gehoorzaamheid des geloofs, doet, wat de Heere verordend heeft. Maar toch, die daad des menschen vormt op zich zelf nog geen Sacrament. Zonder een daad Gods, die daarmee
Zoo
blijkt
karakter karakter
dus,
der
:
daarin dringt, zou 's menschen daad eenvoudig niets de Besnijdenis, wat de Doopsbesprenging, wat het Paaschlam en evenzoo het Nachtmaalsbrood en de Nachtmaalsbeker op zich zelf? Zonder meer, is er immers niets ontstaan, en zijn alle die menschelijke daden slechts ijle schijn vertooningen, tot niets nut. Heur kracht, heur innerlijk bestand en wezenheid ontleenen deze daden altemaal slechts aan een doen des Heeren, dat deze Teekenen verzelt
samengaat zijn.
en
Wat
en
is
er in werkt.
Niet zoo, als of in het Sacrament twee dingen zouden zijn: een daad Gods en een daad des menschen, die nu voorts uitwendig werden saamgevoegd. Integendeel. Gelijk het nog niet den Christus belijden is, zoo men erkent, dat in Hem én de goddelijke natuur én de menschelijke woont, maar dan eerst de Middelaar ons ten Bedder wordt, zoo die beiden in Hem ook voor ons zielsoog één persoon vormen, zoo ook is het hier. Er zijn in het Verbondsteeken niet twee daden, maar slechts één e daad. De menschelijke daad, op zich zelve genomen, in haar afgescheidenheid, staat in waarde beneden de nietigste daad, die men zich denken kan. Omgekeerd, de goddelijke daad in het Sacrament blijft, zonder het handelend optreden der Gemeente, verborgen en onzichtbaar. Beiden daarentegen vormen saam één boven allen machtige daad, een daad van den Godmensch, den Christus. Daaruit verklaart het zich tevens dat door Paulus in den Brief aan de Corinthen de naam van Christus voor de gemeente zelve wordt gebezigd (1 Cor. 12 12). :
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's