Het heil ons toekomende - pagina 30
!
20 gevoel van liefde. Barmhartiglieid is een liefdegloed, in ontstoken door Hem, die ons barmhartigheid deed. Ze is geen eigen bezit, maar slechts voor zoolang en zooveel in ons werkend, Aan als de invloeiing der genade in ons ongestoord en krachtig is. eerbied voor het heilige is ze door haar onafscheidelijk gebonden. Ze houdt op te werken waar het heilige ons gemeen wordt, en straft met machteloosheid, wie haar van het heilige scheidt. Dit nii geschiedt waar men het heilige aan anderen zoekt toe te bedeelen, zonder dat heel ons hart op dat oogenblik tegen teloorgaan van het heilige waakt. Te spreken van wat God aan onze ziel deed, zonder dat plaats en tijd en de gelegenheid des levens ons woord als ter inleiding dient; er over te spreken voor het oor, dat nog nooit aan den klank des heiligen levens gewend was; er over te spreken op den toon des alledaagschen gespreks, in ongekuischte, ruwe bewoording ; er over dat men liever te spreken, zonder een worsteling des harten, zwijgen wilde, maar om de eere Gods en uit den drang der barmis een ontwijden van het hartigheid tot spreken genoopt wordt, eigen hart, een verharden van anderen en een gemeenmaken, van wat het handmerk des Eeuwigen draagt, waarop geen zegen kan worden verwacht. Nog is hiermee niet gezegd, dat zulk een spreken op zichzelf reeds Farizeïsme is, maar toch ligt bij zulk een gemeenmaking van het heilige de zonde der Farizeën zeer na. Of, zeg ons dan, wat drijft u tot zulk spreken? Niet de zucht om uwen God te verheerlijken: want, slechts aangegrepen door ontzag voor den Driemaalheilige, kunt ge getuigen tot zijn eer. Een kind des stofs, van zijnen hoogen en volzaligen God getuigend, is niet gewoon, is niet alledaagsch, maar staat onder den diepen indruk van de heiligheden die hij hanteert. Was het dan barmhartigheid die u dreef? Kon het dat wel zijn? Kiest dan de barmhartigheid niet ook het middel ter doelsbereiking met heilig instinct, en leert dan de ervaring niet, dat zulk een uitstallen van het heilige eer afstoot dan wint? Maar wat dan? De zucht, om u zelf in anderer oog te verheerlijken, dat gij, die van God begenadigde, die geroepene, die gansch bijzonder door zijn woord bewerkte waart? karakterloos
ons
—
—
Nog
niet.
Zoo ja, dan waart ge reeds de Farizeër. Neen, er is nog een overgang. Zulk spreken geschiedt ook soms uit gewoonte, uit sleur, ixit hebbelijkheid, nawerking van een heiligen drang, nu ontdaan van zijn bezieling. van daar tot den volleerden Farizeër is de afMaar zie toe,
—
stand slechts een enkele schrede
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's