Het heil ons toekomende - pagina 101
;
I.
TUCHT UIT LIEFDE. En
indien niet, zoo zegt het der Gemeente. Matth. 18 17a. :
den omgang, in het levensverkeer van den man met de liefde meest, de liefde bovenal, de liefde alleen richtsnoer van gedraging zij, is de alomvattende eisch, die, stemmend met den aard des zedelijken levens, de maat aangeeft bij elke levensuiting in ons Christelijk heiligdom. Ongetwijfeld is déze liefde nog niet het nitnemendst. Er is een nog teederder, nog reiner, nog verkv^ikkender liefde die liefde, die het voorwerp van haar toewijding en volzalige genieting niet in den broeder vindt, maar in God. Hem, den Volmaakte, den oorsprong en de sanjenvatting van alle waarheid, goedheid en schoonheid. Hem,
Dat
zijn
ook
in
broeder,
:
den
den Eeuwige, den Alleenzijnde, te minnen met de ziel, te lieven met heel het hart, aan Hem te kleven met heel ons verstand, Hem te zoeken met al onze kracht, kortom, in Hem ons hoogste goed, het deel onzes harten, het een en al voor ons begeeren te bezitten, is aller echte vroomheid innigst waarmerk, de zuivere ademtocht van al wat godsdienst heeten mag, de verborgenheid van alle gebed en smeeking, en daarom ook door Jezus met nadruk „het eerst en groot gebod" genoemd, in het „Onze Vader" met heiligen tact het eerst op de lippen des bidders gelegd, en door heel de Schrift als het uitnemend zalige geteekend, dat tot groote dingen bekwaamt en een schijnsel des hemels werpt in de doodschaduw die ons leven drukt. Toch mag deze liefde, die sterker dan de dood is, van de liefde voor den broeder niet gescheiden. „Het eerst en groot gebod," zeer gewisselijk, maar op den voet door dat andere gevolgd: „En het tweede aan dit gelijk T' Onheilig, zonder eeuwige waarde, een liefde voor menschen bij verzaking van liefde voor den Vader in de hemelen maar ook, de liefde voor God eer zelfmisleiding dan heilige waarheid, tenzij ze in liefde voor de broederen zich uite. Een Koning, maar ook een Rijk, en de liefde niet vol, de liefde niet van zuiveren oorsprong, verstoken van den echten stempel, zoo ze niet is een ingaan in dat Koninkrijk met onze geheele persoonlijkheid, om te leven van die heilige liefde, die den Koning en dat Ilijk der broederen. heel
Onverderfelijke,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's