Heils termen - pagina 215
205
drongen te zijn geweest. Yooral sints de 18e eeuw is weer een stortvloed van heidensche denkbeelden over ons werelddeel uitgegoten en de mannen, die den toon gaven en nog geven, zijn wijsgeeren en dichters, wier geestelijke familie trek met het heidensche volkerenleven moeilijk kan worden geloochend. Zoo vaak men dus van liefde spreekt, als de hoogste uiting voor de samenvatting van Gods deugden, bedoelt men thans in onze liederen, in onze gehoorzalen, in onze gesprekken en op onze kansels, daarmee uitsluitend dit afgetrokken begrip, dit ledige ideaal van liefde, dat, vormeloos en gestalteloos, in het herhalen van den klank van liefde zelf haar hoogste bekoring zoekt. Dat ideaal van liefde nu, dat voor onze maatschappij het hoogste is, maar o. i. nog zoo ontzettend laag staat, wordt vooral door onze Modernen, maar ook door Groningers en Evangelischen, kortom door allen die de onvervalschte melk van Gods Woord verachten, als de hoogste standaard aangenomen, die de verhevenheid van het goddelijke bepalen zal. Men wordt niet moede, altijd en telkens weer te herhalen, dat deze gedachte van liefde het hoogste is, dat we van onzen God kunnen uitspreken, en duidt het den rechtzinnigen in den lande niet weinig euvel, zoo ze weigeren
mee
te zingen in dit choor. Hiertegen nu spreken we als onze overtuiging uit, dat we dit niet mogen, wijl hierdoor de liefde Gods wordt verlaagd. De Godskennis ligt niet op den weg der Heidenwereld, maar alleen op dien van Israël, en elke poging om de kennisse Gods in vormen en heidenschen oorsprong te gieten, doet aan de eere Gods en aan de kernachtige diepte van zijn kennisse te kort, Gods Liefde kan niet verstaan, niet beseft zelfs of vermoed worden, zoolang we niet volkomen met onze ledige idealen en afgetrokkene denkbeelden van liefde gebroken hebben. „God is Liefde" zegt de Schrift, niet als ter aanduiding, dat men overdrachtelijk de liefde wel alzoo noemen kan, maar ter openbaring van het mysterie aller mysteriën, dat de liefde niet een ideaal, niet iets denkbeeldigs, niet iets afgetrokkens, maar heilige werkelijkheid en persoonlijk leven is. Eenerzij ds openbaart de Schrift ons dit, door ons met nadruk te wijzen op de Ontferming en het Welbehagen Gods, waarin deze sterke persoonsuiting der liefde reeds oneindig krachtiger spreekt, dan in het meest opgeschroefd liefdeliedeke, waarin onze eeuw haar verrukking zoekt. Maar ook een anderen weg betreedt ze, om tegen dit afgetrokken begrip van liefde te protesteeren en ons in het leven der liefde zelve binnen te leiden, als ze in de stoutste en aangrijpendste beelden ons een spiegeling van Gods eeuwige liefde voor oogen stelt. Het Oud Verbond spreekt weinig van Gods liefde, maar speelt u voor het oog een adelaar, die zijn jongen op de vleugelen draagt en ze met zijn liefde beschermt. De Schrift wijst u op de klokhen met haar kiekens, de vleugelen koesterend uitgespreid, heur jongen dek-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's