Practijk der godzaligheid - pagina 210
2Ö2 zich laat dringen van den volbeerlijken geloofsstand in zijn God.
Wel
door de Egyptenaren, daarna door de in Kanaan wonende volken, en het felst door de Assyriërs en Babyloniërs aangegrepen en verdrukt, maar deze verdrukking had slechts een staatkundig, geen geestelijk doel. Nergens lezen we, dat óf de Egyptenaren óf de Eilistijnen een poging hebben aangewend om Israël tot het knielen voor de afgoden te dwingen. De toeleg, die hiertoe een oogenblik bij Nebucadnezar bestond, is door een wondermachtsbetoon des Heeren in een* knielen van dien machtigen vorst voor den God Israëls omgezet. En men moet opklimmen tot den tijd van de Macchabeën, d. i. tot na de sluiting des Ouden Yerbonds, eer de macht der boosheid tegen Israël duurzaam in dien geestelijken, afgodischen vorm van buiten af optreedt. Intusschen leide niemand hieruit af, dat de geloovigen des Ouden Verbonds aan de worsteling „om het geloof te behouden" zouden gespeend zijn. Dat toont Israëls gewijde historie, dat toonen de Psalmen van David anders. Dat weet beter wie zelf gelooft en daarom met Satans listigen nijd tegen dat geloof, bij eigen bittere ervaring, bekend is. Dat kon niet, zoo anders hun geloof met het onze vrucht zou zijn van een zelfde werking des Heiligen Geestes. Maar hoe sterk men ook den nadruk legge op de eenheid des geloofs die aan de uitverkorenen onder beide Verbonden gemeen is, toch is met dat al nooit het sterk sprekend verschil weg te nemen tusschen den dienst der schaduwen en de bediening der vervulling, of wil men tusschen de Profetie, die een komend heil aankondigt, en het Apostolaat, dat van een gekomen heil getuigt. Beide zijn één in zooverre profetie en vervulling beide uit een eeuwig welbehagen vloeien, dat aan beide vooraf gaat en in beide het eigenlijke voorwerp des geloofs is. Maar niettemin blijft de verschijning van den Zoon in het vleesch de heilige w^erkelijkheid, waarin dat welbehagen zich eerst ten volle ontsluiert, en jubelt de apostel terecht, met het oog op die ontsluierde heerlijkheid, dat de geloofshelden des Ouden Verbonds toch de „beloften niet verkregen hebben, opdat ze zonder ons niet zouden volmaakt worden." Er is dus verschil; een verschil hierin bestaande dat de ouden nog slechts de toewijzing, wij ten deele de vmarde ontvangen hebben, en dat derhalve Satans aanval onder het Oude Verbond ten doel had de geloovigen aan de geldigheid dier toewijzing te doen twijfelen terwijl zijn listen onder het Nieuwe Verbond er op uit zijn om ons te ontstelen wat ons is toebetrouwd. Dat maakt dat er voor de geloovigen des Ouden Verbonds meer een worstelen in den geest was, terwijl het voor de Christenen op een kloekmoedig doorstaan van druk en vervolging, van geweld en is
ook
Israël eerst
;
moordzucht aankwam. Vandaar dat de „lijdzaamheid",
d.
i.
de worsteling
om
van
zijn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's