Het heil in ons - pagina 30
.
20 oor ter tucht en zegt, dat zij zich van de ongerechtigheid hekeeren zouden'' Evenzoo getuigt David van zijn wederpartijder in den zevenden Psalm: „hidien hij zich niet bekeert, zal God zijn zwaard wetten; Hij heeft zijn boog gespannen en dien bereid." In gelijken zin is ook de bekeering te verstaan, die door de verstokking wordt tegengehouden. Als we lezen: „Opdat zij ziende zien en niet bemerken, opdat zij niet te eeniger tijd zich hekeeren en Ik hen geneze," mag natuurlijk niet aan een bekeering ter zaligheid gedacht, die, waar ze denkbaar is, steeds door God gewild is en nooit door Hem wordt tegengehouden of belet. De zin is „opdat ,zulk een onrechtvaardige, die in zijn hart tegen Mij staat, niet tot uitwendige eerbaarheid terugkeere," waardoor de Heere onrechtvaardig zou schijnen, die lieder
:
zulk een schijnbaar godvruchtige verdoemt in stee van hem te begenadigen Onder deze categorie zijn alle uitspraken der Profeten te brengen, waardoor de bevolking van een stad of land tot terugkeer naar eer-
baarheid en deugd gemaand wordt. B. v. als Jeremia tot de inwoners van Jeruzalem zegt: „Ziet, Ik formeer een kwaad tegen u, spreekt de Heere, zóo bekeert u nu een iegelijk van zijnen hoozen weg en maakt uwe wegen en uwe handelingen goed." Ten deele behoort hiertoe ook de bekeering, waartoe Johannes de Dooper den stoot gaf. Niet alsof Johannes slechts op uitwendige gedragsverandering zou aangedrongen hebben. Hij doelde ongetwijfeld op de komst van den Messias. Maar toch ook de bekeering door hem gewerkt, leidde nog niet tot zaligmakend geloof. Ze droeg eer een voorbereidend karakter. Ze lei den ban op den bandeloozen volksgeest. De soldaat moest aflaten van plundering en zich laten vergenoegen
met
zijn
soldij.
Niemand
zal het in
den zin komen,
te
meenen, dat
de gedoopten van Johannes gezaligde zielen waren. Zelf wees hij op de ongenoegzaamheid van zijn eigen prediking. Die de zielen bekeeren zou, kwam na hem. De sporen van deze bekeering zien we nog dagelijks om ons heen. Onder den indruk van een hartaangrijpende smart, bij verandering van levenskring, bij het aangaan van een huwelijk, bij het aanvaarden van een betrekking of wat dies meer zij, zien we telkens jongelingen en jongedochters, die eertijds spott'en met eiken ernst, het met deugd en eerbaarheid licht opnamen en zich moedwillig aan allen godsdienst speenden, soms schier plotseling tot een ommekeer in hun leven komen. De eerst ongeregelde wordt geregeld. Men went zich weer aan het dagelijksch gebed. Men leeft ingetogen en ordelijk. Soms zelfs slaat men den Bijbel op. En gang naar het bedehuis wordt gewoonte. al
lo.sse gezelschap van vroeger mijdt men, degelijker zoekt men op. toch van bekeering des harten, van verbrijzeling der ziel, is geen spoor te ontdekken. Er greep een bekeering plaats, maar de bekeering
Het
En
tot zaligheid niet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's