Honig uit den rotssteen - pagina 266
:
252
LXXXIV. ï^erïo^^er bannuö^ af i^
iita
naam!
Gij zijt toch onze Vader, want Abraham weet van ons niet, en Israël kent ons niet Gij, o Heere, zijt onze Vader, onze Verlosser
vanouds
af,
is
uw naam.
Jesaia 63
:
16.
Stel toch op den Heere uwen God, uw hope! Hij doet het; Hij maakt het; Hij beschikt het u al! Zie, nu reeds duizenden bij duizenden van jaren hebben er arme, verloren, in zonden gebondene menschen op deze aarde geleefd,
gezucht, geworsteld, gebeden.
de eerste niet, die lijdt en ineenkrimpt van angst en en haast niet meer kunt in uw doodsnood. Ge vergist u waarlijk, zoo ge u inbeeldt, dat uw lijden een nieuw geval onder de zon is. In ellende verzonken zijn, is nu nog het gewone en is alle eeuwen door het gewone geweest. Sla de boeken der historie maar op En, o, zeer zeker daar klinkt u ook het brooddronken gegil der overspannen ijdelheid uit tegen; en ook het flauw gemurmel van schier onbewogen wateren; maar de hoofdtoon in het lied aller eeuwen, uit alle volken, uit aller hart blijft toch een kreet van diepe teleurstelling, bange benauwing, om Gij
zijt
kommer,
!
hulpe,
om
te
worden gered.
Zoo was het in het paradijs, zoo was het in Noachs en in Abrahams dagen, in de eeuwen van David en Hiskia, en dat het nu nog zoo is, en ook u de wateren telkens tot aan de lippen komen, wat ligt daar wonders in, wat is dat anders dan nogmaals een bevestiging van de droeve werkelijkheid: dat het leven op aarde bedorven, en het hart verzomligd en de loutere, reine, heilige vreugde weg is? Ach, eerst hebt ge als kind gespeeld toen als jongeling zonder zorge gedroomd daarna zelfs bij uw intree in het leven nog gelachen met de somberheid dier somberen van aangezicht; maar nu kwam het dan ook aan. u, wordt ook gij bij den grooten hoop geworpen, en gaat ge, uit den strijd van uw hart en den strijd om u heen, het maar al te droef en al te bitter merken, dat dan toch ja waarlijk ons verzondigd menschelijk leven zulk een droeven, zulk een somberen, zulk een diep pijnlijken kant heeft. En eerst maakt dat op u dan den indruk: „Dat houd ik nietxiit! Daar kom ik in om Daar ga ik bij onder !" totdat ge er dan een tijdlang in zijt, zonder om te komen, en uit de lijdenshistorie van vroegere geslachten hoort van zoo menigen man en zoo menige vrouw, die nog zooveel banger beklemd raakten en er toch meê door;
;
!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's