Practijk der godzaligheid - pagina 27
19
IV.
ROME OF REFORMATIE. Doch en
Om
gij
gij
weet
hebt de zalving van den Heilige 20. 1 Joh. 2
alle dingen.
:
stuk der kerk tot doorzichtige helderheid te geraken, wel deze drie stukken vast. Ten eerste : de kerk van Christus is er van alle eeuwigheid af ; in liet raadsbesluit Gods met name door de uitverkiezing. En wel ze is er zóó :aanwezig, dat in dit raadsbesluit voor Gods oog niet slechts de personen der uitverkorenen staan ; maar even stellig de banden en betrekkingen die deze personen tot één geheel en dus tot één kerk verbinden; en niet minder de middelen in den wijdsten omvang, die voor deze kerk van Christus besteld zijn. Niet dus eerst een roeping van uitverkorenen, en daarna de bestelling van een Middelaar, om hen te zaligen. Neen maar „uitverkorenen in Christus". Doel en middel tegelijk in één besluit. En deze kerk, volledig in aantal van personen, rijk uitgewerkt in al haar verbindingen en toegerust met alle noodige middelen, bestond dus in Gods wil en bestel reeds voor de grondlegging der wereld, nog eer God iets schiep. Zoo kon derhalve al wat Hij schiep op die kerk worden berekend, naar die kerk worden, gesticht, op die kerk worden aangelegd, om aldus het uitbrengen van die kerk in de werkelijkheid volledig en ontwijfelbaar te verzekeren. "Weet ik dus, dat ik zelf, persoonlijk, van die kerk een bestanddeel, een levend lidmaat ben, dan lig ik in den schoot van die kerk reeds van alle eeuwigheden; leef ik nu reeds zalig in die kerk in, zooals ze eens eeuwig triomfeert daar boven, en is alles wat daar tusschen ligt, mijn geboren worden, mijn vreugd, mijn leed, mijn wedergeboorte en heiliging niets dan een doorvlieten door het gegraven kanaal, hetwelk begint in het goddelijk decreet en uitloopt in de voleinding. Zorge voor iioude
op
het
men dus
;
ondergang van de kerk is dan tevens ondenkbaar. Immers al liep het kanaal ook tijdelijk onder den grond, zoodat ik er niets van zag, dat doet er niet toe. De kerk wordt, komt, ontstaat niet pas, maar is er van eeuwig, en loopt door ons tijdelijk aanzijn slechts heen naar de eeuwige voleinding. Daarom kunnen de poorten der hel die kerk dan ook niet overweldigen. Om dat te kunnen, zouden ze God zelf eerst moeten overweldigen en te niet doen, zoowel zijn decreet, als zijn scheppende en uitbrengende macht. Maar nu ten tweede. Waar het nu aan het uitbrengen van die kerk uit Gods besluit in de werkelijkheid toe komt, is voor die kerk aarde en hemel één. In zich zelven liggen aarde en hemel door de zonde tijdelijk gescheiden. Maar de kerk is juist de opheffing van die
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's