Heils termen - pagina 183
173 en den moed zijner overtuiging hebbe, is die bekentenis onontwijkbaar/ zoolang niet naast de Ontferming het ten Welbehagen Gods zijn plaats herneemt. Waartoe is meer, is machtiger, is sterker liefdesaandrang noodig? Om het kind wel te doen, dat vleesch van uw vleesch, uit uw eigen schoot geboren is? of wel, om den man te beweldadigen, die u het hart bloeden deed en uw vreugd heeft vergald ? Haast van zelf immers gaat het een, en slechts machtige liefde bekwaamt tot het ander. „Meer blijdschap bij de engelen Gods over één zondaar die zich bekeert!" Denk aan den verloren zoon. Hoe zwak schijnt 's vaders oudsten zoon, vergeleken bij zijn ontferming over liefde voor en den jongere, die hem bedroefd heeft. En is het dan niet onweersprekelijk, dat de liefde Gods hooger klimt, waar ze over den zondaar zich uitbreidt, dan waar ze den nog niet gevallen mensch zich ten voorwerp kiest. Ontferming is dus meer dan Liefde. De beweging van Gods vaderhart naar zijn schepsel uitgaande, is natuurlijker, meer ongedwongen, ondervindt minder tegenstand en onderstelt dus slechts een deel harer kracht. Daarentegen. Neemt ge dat schepsel, dat kind der menschen als onheilig geworden, in zonden gevallen en onder de macht des doods weggestorven, dan moet de liefdesbeweging in God veel machtiger worden, of ze kan den zondaar niet bereiken, stuit af op zijn tegenstand en trekt zich in zich zelve terug, als beleedigd door den afkeer, den tegenzin, waartoe de aanblik van het onheilige haar verwekt. De zondaar is een vijand Gods. Hij heeft zijn God bedroefd, beleedigd, gegriefd in het hart. Met slechts een ellendige en nooddruftige is hij, maar ook een misdadige, een die het hooge recht van zijn God en Schepper schond. Er is dus niets in hem, dat Gods
doordenke slotte
liefde
aantrekt,
maar
alles
dat
die liefde in haar uitgaan terugwijst
kan de verhoogde kracht, de beweging, de machtiger drang uitgaan, die, den tegenstand vernietigend, ten leste toch den zondaar in zich opneemt en verzoent. Meer van Gods liefde uit zich dus in erbarming, meer van die liefde komt tot ons en wordt onzer ziele openbaar juist in de begenadiging van den zondaar. Waar de zonde in de wereld verschijnt, ontsluit zich ook een diepere diepte in het wezen der goddelijke liefde. Het is of, dachten we ons die zonde weg, ook de liefde Gods voor ons zou inkrimpen, om ons haar schoonste glanzen te verbergen, en het is in die ervaring, dat de ziel schier onwillekeurig zich tot den uitroep verleiden laat: „Zalig de zonde, die zoo veel meerdere liefde Gods ons bracht!" Het bleef voor onze dagen weggelegd, den zwakken nagalm van dezen stouten, maar veerkrachtigen uitroep, te doen hooren in de vergoelijking der zonde van 's menschen zij. Een gansche reeks van geschriften zou men reeds samen kunnen brengen, waarin dit onen
afstoot.
versterkte
Slechts van die Liefde zelve
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's