Dat de genade particulier is - pagina 183
173 deze waarheid nu staan we. Niet omdat ze ons toelacht. Neen, waarlijk, stond het aan ons, we zouden wel willen dat God in zijn erbarmen aan alle menschenkinderen, tot aan hen die ons het bitterst haten, den monds des geloofs openbrak en niet toeliet dat er één verloren ging. Naar een fijne en schoone opmerking van Witsius, in zijn „Uer der verbonden'' kunnen we er zelfs vast op gaan, dat Jezus, eer hij den weg naar Gethsémané insloeg, naar zijn menschelijke genegenheid, even denzelfden vvensch in de ziel heeft gekoesterd; minnende zijn naaste zonder onderscheid als zichzelven. Zijn weenen over het verlorene en verworpen Jeruzalem toont het. Want weenen over het verlorene dat voor eeuwig wegzonk, doet, naar de Schrift ons openbaart. Bij
God
niet.
Voeg
daarbij, dat ook de heilige apostelen en profeten, als menschen afgaande op hun menschelijk gevoel, zeker evenals wij die tranen over het verworpen Jeruzalem hun Jezus hebben nageweend, en niet dan met verbaasdheid en ontzetting de schrikkelijke werkelijkheid, gelijk God ons die kennen leert in zijn Woord, aan de wereld hebben meegedeeld. Ja, we aarzelen zelfs niet er bij te voegen, dat naar onze vaste overtuiging Augustinus, Calvijn en allen die met of na hen de Schriftopenbaring over Gods perk in het alontfermend erbarmen we.;r hebben aangedurfd, nooit de particuliere genade anders dan uit gehoorzaoitiJieid, op goddelijk bevel, en uit vreeze voor Go is eer e gepredikt hebben. En dat ze daarbij evenals wij gevoeld hebben, dat hun hart het wel anders wou; dat hun wijsheid het wel anders zou verzinnen; maar dat het, naar luid van Gods Woord, niet anders geleerd worden mocht; en dat elke andere voorstelling een verminking en vervalsching zou zijn van wat het Gode beliefd heeft ons zoo overduidelijk, klaar en helder te openbaren. Maar wat doen al deze overleggingen van onze wijsheid en al deze bewegingen en uitspraken van ons gevoel er toe? Is onze wijsheid nog in staat, om iets waars in geestelijke dingen
zien als. uit onszelven? Is de uitspraak van uw gevoel vertrouwbaar? Moet Gods liefde gekeurd aan wat gij liefde noemt, of wel uw liefde getoetst aan wat liefde is in God? Dat is de vraag, waar het op aankomt. En bij die vraag nu vastelijk overtuigd, dat ónze wijsheid misleidt, ons gevoel onzuiver in zijn toon is en ónze liefde de maat niet aangeven kan, buigen we ons eerbiedig voor het Woord neder, om te beluisteren wat de diepte van Gods wijsheid ons leert, welke toon er uit het gevoel des Eeuwigen ons tegendreunt, en wat de aard en de natuur dier heilige liefde is te achten, welke is in God en Gods te
Wezen.
En mogen we
het er
nu
bijvoegen, welnu dan
komen we
er
rond
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's