Dat de genade particulier is - pagina 22
13
Maar aldus daalt men dan toch uit gissingen over het verborgen Goddelijk Wezen af naar de werkelijkheid van wat op aarde geopenbaard is, en komt dus verder. Vooraf intusschen moet nog misvatting na misvatting uit den weg geruimd. Aanstonds toch, nadat ge u aldus voor het kruis van Golgotha hebt geplaatst, werpt men u alsnu de vraag voor de voeten: „Of de dood van den Zoon van God dan niet ver genoeg reikte om alle menschen los te koopen? Of de kracht van zijn dood dan te kort schoot ? Of er dan, om alle menschen te verlossen, nog iets bij dien dood bij had gemoeten? En of er dan in hemel of op aarde, iets wat dan ook valt uit te denken, waardoor de prijs, de waardij, de kostelijkheid van Jezus' dood, van het bloed van het onbevlekkelijk Lam, kon aangevuld en verhoogd worden?"
En
ook daarop is uiteraard slechts één antwoord mogedenkbaar: Gods Zoon is God; God en al wat Godes is, is oneindig; en oneindig ook de prijs en waardij van het op Golgotha vergoten bloed. Als ge daar dus naar vraagt, och, lieve, dan blijft gij met uw „alle menschen" nog precies even verre van dat kruis, als wij met ons „alle uitverkorenen." Want vraag het maar aan de hoogere-rekenkunstenaren, of van „oneindig ver" één mijl niet even ver ligt als tien mijlen. Aan „oneindig" is geen uitputten. En al wierpt ge in de ééne weegschaal alle zonden van alle menschen, en al dacht ge daar nog bij geworpen een driemaal zwaarder zondenlast van tien andere menschelijke geslachten die niet bestaan, en bovendien nog de zonde van de gevallen engelen, en al vermenigvuldigdet ge dit wicht nogmaals met een cijfer van duizenden, o, dan zou door dat onuitsprekelijk, onbeschrijflijk, maar dan toch gemeten, en dus nog altijd eindiy wicht van zonden, de andere schaal, waarin het oneindige gewicht van Jezus' bloed ligt, nog zelfs niet van den bodem worden afgelicht, laat staan boven de waterlijn van de balans worden opgetrokken. Maar juist omdat ge alzoo te veel bewijst, bewijst ge niets, en hebt ge met die volmondige en onvoorwaardelijke toestemming onzerzijds nog niets gewonnen. Of straalt er van de zon niet overvloedig licht uit, ook om de blinden te verlichten ? En doet dit nu daarom iets af aan de onomstootelijke- waarheid, dat het licht alleen voor de ziende menschheid is? Is er geen ruimte in overvloed op den wandelweg, ook voor den lamme en kreupele en geamputeerde? En doet dit nu daarom iets af aan de waarheid, dat men de wandelpaden alleen aanlegt voor wie gaan kunnen? Is er, om niet meer te noemen, in de zeeën, in de stroomen, in de meren, niet zeer overvloedige ruimte, lijk
natuurlijk,
of
zoodat allen er zich in baden konden? En valt daarmee nu het feit weg, dat deze groote wateren feitelijk voor wie niet zwemmen kan, niet bestaan?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's