Honig uit den rotssteen - pagina 31
!
!
17 het daar alleen op aankomt, o, gewisselijk, dan vindt ge vooral onder die van Gods Woord afzwerven, die „zoekers van waarheid" in
hen
gansche menigten.
Maar
is het dat niet ; is „waarheid zoeken" eigenlijk en in den grond anders dan iemand zoeken die ons de waarheid, ons de waarheid aangaande ons zelvm zegt; d. w. z. de waarheid niet zooals hij over ons denkt, maar zooals de waarheid over ons, naar luid van Gods Woord, is; o, mijn lezer, valt er dan niet bijna iedereen buiten? Er niet al te boos en driftig over worden, als men ons de waarheid zegt; er iemand niet om van ons afstooten; soms nog wel, metonderdrukten tegenzin naar hem luisteren willen; en als we eindelijk geen tegenredenen meer hebben, ons half onwillig gewonnen en hém gelijk geven, o, zeer zeker, dat kunt ook gij, ook al doet ge
niet
nog maar zelden. Maar iemand die ons de waarheid
het
zegt,
op den
man
af,
persoonlijk
de waarheid zegt, en ons zoo voor God nederlegt, dat we weg zijn, zoo iemand zelf zoeken; de slippen van zijn kleed aangrijpen; hem bidden dat hij toch niets verzwijge; en als hij ons wondt, die hand die ons sloeg kussen en zegenen die ons afwierp van den toren onzer zeg zelf, wie is daartoe bekwaam, wie doet dat, wie hoogheid; heeft daar lust aan? Of ziet ge dan niets, en merkt ge dan niets van al die vleiers, die ieder lokt, en al die schoonpraters, die gezocht zijn? Merkt ge dan niets van die vervalschingen van de waarheid Gods,
—
om den mensch maar van
vrij
te
laten xiitgaan?
met de consciëntie, van al dat halveeren, van dat alles „betrekkelijk" maken, van dat vergoelijken? Ja, moet het u dan nog gezegd, dat al die vijandschap tegen het Woord niets ter wereld anders is dan een kwaadaardig pogen om aan het zedelijk oordeel van dat Woord te ontkomen ? Enkel dit dat de mensch niet velen kan, elat dut Woord hem de waarheid ser/^j^ Of is er bij ons dan meer hoop op onze kinderen? Op het tweede Niets
al
dat spelen
:
geslacht?
Op
die
na ons komen?
Te Jeruzalem waren de ouders nog orthodox in de leer, d. w. z. ze hielden zich nog aan den Drieëenigen God (vs. 2), maar omdat ér geen waarheid in de ouders was geweest, weken de kinderen nog verder af en eindigden met de loochening dat God God was en gingen het pad op van slechter leven.
En nu? ook nu niet de ouden van dagen nog zoowat vasthoudend aan „overgeleverde van de vaderen" terwijl de kinderen ook dat schieten laten, en zeggen dat zij oprecht moeten zijn, en om oprecht te zijn, er maar voor uit moeten komen, dat ze niets gelooven o. De toestand is schrikkelijk Zijn
het
II
2
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's