Dat de genade particulier is - pagina 78
68
van het reëele, wezenlijke, in- ware en echte gaat het Verlossingswerk in dezer voege voort. heeft de Zoon van God niet een menschelijken persoon, wel in waarheid de menschelijke natuur aangenomen. En over-
En
diezelfde trek
nu door heel Ten eerste maar mits
van
nu de menschelijke natuur een gemeenschappeliik eigendom is ons geslacht en alle natiën, volken en stammen van ons
geheel
menschelijk geslacht, uit éénen bloede zijnde, door organisch verband onderling saamhangen en met elkaar in verband staan, zoo spreekt het vanzelf, dat de Middelaar door zijn menschwording, in reëel levensverband is getreden met alle takken en twijgen, die aan den boom der menschheid uitliepen. Wat dan ook maakt, dat zij zich ten zeerste vergissen, die op grond van een onware opvatting der particuliere genade, het doen voorkomen als hadden die menschen, die niet ten eeuwigen leven komen, niets hoegenaamd met de Vleesch wording van het Woord uitstaande. Eer integendeel kan er niet één lid van ons
menschelijk geslacht, uit welke eeuw ook, hij zij dan kind of grijsaard, gedacht worden, voor wien in Jezus' menschwording niet een zeer reëele beteekenis ligt. Dit kan echter hier ter plaatse niet breeder uitgewerkt en moet dus verschoven naar de leer der Verbonden, waarvan we, na afloop dezer
een korte uiteenzetting geven willen. het ons genoeg, indien men slechts klaarlij k en helder inziet, dat Jezus, doordien hij niet een zekeren menschelijken persoon, maar de menschelijke natuur aannam in zeer wezenlijk en reëel levensverband met ons staat. De vraag is nu slechts in welk verband? En dan onderwijst ons Gods Woord, dat de Middelaar is ons Hoofd; en dus niet maar een reeks, zoo
God
Voor ditmaal
wil, is
onder de leden. weet men, dat bij elke schepping van een lichaam zich eerst het hoofd het sterkst ontwikkelt; terwijl de overige lichaamsdeelen eerst van lieverlee een vorm aannemen. Een proces dat soms zelfs zoo langzaam gaat, dat een jongeling zelfs den leeftijd van achttien jaren bereiken kan eer het kinhaar bij hem tot eenige krachtige ontwikkeling is gekomen. Daarbij gaat het nu in de natuur, die God schiep, zoo toe, dat de kiemen, de aanvangen, de eerste beginsels van deze lichaamsdeelen wel eerst later uitkomen, maar toch reeds van meetaf in het ongevormde lichaam aanwezig zijn. Er komt naderhand nooit iets bij. Er wordt niets ingezet. Alles, alles aan het lichaam van den mensch ontwikkelt zich van binnen uit, uit kiemen die van meetaf aanwezig waren, onder de bezieling van het hoofd, t. w. indien althans het hoofd gezond en normaal is. Want heeft men te doen met idioten en andere hersenkranken, bij wie het hoofd niet regelmatig op de ontwikkeling en lid
Nu
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's