Honig uit den rotssteen - pagina 161
!
147
Maar God Almachtig
blijft van uit den Hooge daartegen inroepen: wiens adem in uw neusgaten is, want de bestraffingen der tucht zijn de weg des levens (Spreuken 6 23), en daarom: „weer de tucht van den jongen niet; gij zult hem met de roede slaan; en alzoo zijn ziel van de hel reddenl" Die ooren heeft, die hoore
„Laat
o
af,
mensch,
:
LI.
€tn taorm en geen man. Maar ik ben een worm, en geen man een smaad van menschen, en veracht van het ;
volk.
De „Man" moet een „vporm"
Ps. 22
voorden en de
:
7.
„worm" een „man!"
Ligt niet in die ééne diepe gedachte al het mysterie van ons heilig en dierbaar Evangelie ? Weer schrijden de lijdensweken voort en voort, en wordt nogmaals
gemeente ter verantwoording, het kruis van Jezus als voor haar oogen geteekend. Maar nu, wat is die lijdensprediking anders, dan u van schrede tot schrede te toonen, hoe die „Man" een worm wierd en eindelijk zich kromde in het stof des doods. Het eerste mysterie, dat van Bethlehems kribbe, spelt u, hoe, wie „God" was, een „Man" wierd; maar het tweede, waarvan Golgotha's kruis het middelpunt vormt, toont u hoe nu die „Man" zich weer vernederde en verlaagde tot een „worm." „Na mij komt een Man, riep de Dooper uit, die vóór mij geworden wien ik niet waardig ben den schoenriem zijner voeten te ontis, binden!" daarmee op hem doelend, van wien het reeds bij Pniël in 24 heet: „Een Man worstelde met Jacob;" van wien in Gen. 32 der
:
wierd: „Een Man stond tegenover hem" „een Man met linnen bekleed" door Ezechiël en Daniël is gezien; die voor Zacharias „de Man was die tusschen de mirten stond" (Zach. 1 10); van wien het geprofeteerd was dat deze „Man een verberging tegen den wind zou zijn" (Jes. 32 2); „een Man wiens naam zou zijn Spruite" (Zach, 6 12); van wien het heeten zou in de ure der ontzettendste beslissing: „Zwaard, ontwaak tegen den Man, die mijn metgezel is" (13 7; en wiens diepst gevoelde naam daarom zijn zou „Man van smarten" (Jes. 53 3\ Kracht, sterkte, majesteit ligt in dat Man uitgesproken. Wij allen saam, de zwakken, hulpeloozen, ellendigen, die om heul en bescherming (.los.
5
gezegd
visioen
.Tozua's
:
13);
die
als
:
:
:
:
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's