De leer der Verbonden - pagina 126
116 gevallen heiden leert de apostel, „dat zij het werk der wet betoonen geschreven in hunne harten, hun geweten medegetuigende" (Eom. 2
:
15).
óf in den nog onzondigen Adam minder stellen dan in den afgodischen zondaar, óf wel het moet ook voor u vast staan, dat „Adam het werk der wet geschreven had in zijn hart." Is nu Gods wil en dus ook zijn wet onwankelbaar, dan kan God de Heere op Sinaï, vijftienhonderd jaren na de schepping, geen anderen wil of wet aan Israël hebben geopenbaard, dan Hij aan Adam open-
Ge moet dus
baarde in zijn innerlijk bestaan. En zoo verkrijgen we dus, dat Adam, in welken kinderlijken en bij zijn toestand passenden vorm dan ook, dienzelfden wil Gods kende, die in Sinaï's wet sprak; en dat het proefgebod volstrekt niet alleen op een vruchtje van een tak van een enkelen boom sloeg, maar wel terdege heel dien wil Gods, en dus zijn heilige wet raakte. Voegt men daar nu bij, dat, heel de Schrift door, twee wegen des levens voorkomen, de ééne voor den werker door verdienste, de andere voor den geloover door genade; en het dus niet anders kan, of ook Adam moet in den staat der rechtheid in één van deze twee wegen dan zou men óf moeten aantoonen dat Adam in hebben gestaan; den staat der rechtheid uit genade had geleefd, óf, kan men dat niet, omdat het onzin zou zijn, dan staat het hiermee ook vast, dat hij op dien anderen weg stond, en dus als werker ging op verdienste. En dit nu, in verband gebracht met wat we boven van het paradijsverhaal zagen, levert alzoo een vasten en volkomen toereikenden grond op, om in naam der Heilige Schrift, en als uit haar ingewand, tot de gemeente van Christus de belijdenis te brengen, dat God de Heere met Adam een verbond in het paradijs sloot van door werken, naar verdienste, op 's menschen roem, te komen tot een eeuwig leven. En nu, wie gevoelt niet voor Hem, die alle ding om zich zelfs wille schiep, de onbeschrijflijke liefde der toewijding, die in de aanbieding van zulk een verbond school? ^)
—
^) Met de bestrijding van een enkel punt in onze artikelen door een „beroemd, maar anoniem godgeleerde" in het Wageningsch Weekblad kunnen we ons niet inlaten. Het vizier op, of we weigeren de lans te kruisen. Bovendien deze „beroemde maar anonieme godgeleerde" wil „Adams misdaad" zachter kleuren, maar vergeet dat htj alzoo „Gods straffende daad" te kort doet schieten in gerechtigheid. Een
theoloog, dunkt ons en niet omgekeerd!
zoo,
moest anders altyd voor God pleiten
tegen den mensch,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's