Dat de genade particulier is - pagina 130
120 de waarheid gezegd heb. Dat deed Abraham niet. Gij zijt uit den vader der duivel en wilt de begeerte van dezen uwen vader doen" (8
44
:
v.v.)
Niet Joden uit Palestina, maar eenvoudig „menschen uit de wereld" zijn het die Jezus tot discipelen vormt. „Ik heb uwen naam geopenbaard den menschen die Gij mij uit de wereld gegeven hebt" (17 6). En het eenig beding, dat daarbij telkens herhaald wordt, is: dat men geloove in den Zoon van God. „Gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzoo moet ook de Zoon des menschen verhoogd worden, opdat een iegelijk die in hem gelooft niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe" (3 15). God heeft zijn Zoon aan de wereld gegeven, „opdat een iegelijk die in hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe" :
:
(3
:
16).
„En
dit is de wil Desgenen die mij gezonden heeft, dat een iegdijk den Zoon aanschouwt en in hem gelooft, het eeuwige leven hebbe"
die (6
:
40).
„Die in mij
gelooft, gelijk de Schrift zegt, stroomen des levenden waters zullen uit zijnen buik vloeien" (7 38). Derhalve één onderstelling slechts: Men zij als „mensch ter wereld geboren"; dus: „een iegelijk" (16 31). En als „mensch uit die wereld" slechts aan ééne conditie gebonden: Men geloove in den :
:
Zoon van God.
5o.
Tot
dit geloof
wedergeboorte gegeven zijn.
komt men
komen
alleen
zij
alleen door wedergeboorte, en tot die
die
door den Vader aan den Zoon
„Yoorwaar, voorwaar zeg ik u, tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk van God niet zien" (3 3). Welke wedergeboorte niet een wilsdaad des menschen is, waarmee wij tot God komen, maar een voor ons on waarneembare en ondoorgrondelijke daad van den Heiligen Geest, waarmee, in dien Heiligen Geest, God tot ons komt. „De wind blaast waarhenen hij wil en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet vanwaar hij komt en waar hij heen gaat; alzoo is een iegelijk, die uit den Geest geboren wordt" (3 8). Die nu alzoo wedergeboren is, die „is uit de waarheid, en hoort dus Jezus' stem" (18 37). Die is van den Vader getrokken en komt tot Jezus en wordt door Jezus aangenomen „Niemand kan tot mij komen tenzij de Vader hem trekke" (6 44). Maar ook „al wat mij de Vader gegeven heeft zal tot mij komen, en wat tot mij komt zal ik geenszins uitwerpen" (6 37). „Aan den Zoon door den Vader gegeven", is dan ook de stellige voorwaarde en vaste uitdrukkins: voor hen die ten leven komen: :
:
:
:
:
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's