Heils termen - pagina 213
203 beelden en afgetrokken begrippen en haar volslagen blindheid voor de eischen der persoonlijkheid en het werkelijke leven. Ze moge dan, in haar zucht om met nieuwe namen te pronken, bij voorkeur van „Idéën," „Idealen," „Wachtwoorden" en „Levensleuzen" reppen, den kenner zal ze hierdoor geen oogenblik misleiden, haar miskenning van het „leven" is daartoe te opentiaar. Hierin nu juist vormt onze eeuw een lijnrechte tegenstelling met den geest van Israël, en dus met de doorgaande strekking van de Schriften des Ouden Verbonds. Speelt, zAveeft en leeft de heidenwereld in het afgetrokkene, in het ingebeelde en bespiegelende, Israël heeft voor dien vorm oog noch hart, toont de vatbaarheid zelfs voor dat afgetrokkene te missen en grijpt door alle vormen heen, onmiddelvoetstoots, en uit onweerstaanbaren drang naar het leven, naar lijk, de werkelijkheid, naar den persoon. Dit is zoo waar, dat het eenig boek des Ouden Verbonds, waarin voor den oningewijde deze afgetrokken geest schijnt te spreken, (we bedoelen den Prediker) op elk lezer den indruk maakt van een wanklank in het schoon accoord, dat de tonen der overige bijbelboeken vormen. Israël veracht den schijn, het heeft honger naar waarheid en dringt daarom nietssparend tot het wezen der dingen door, onderzoekt dit en legt het bloot. In den stroom, die Israël's leven droeg, schijnt het denken nauwelijks waarde te hebben, zoo weinig hecht men aan de ontleding van begrippen. Niet één wijsgeer is onder Israël opgestaan, die niet sprakeloos zou gestaan hebben bij het fijne weefsel der gedachten, waarin men te Eome en te Athene de eer van den denker zocht. De kunst wordt nauwelijks genoemd en met leede oogen aangezien, en voor het schoon, waarmee de heidenwereld dweepte, hadden de zonen van Kanaans erve geen hart. Een idé, zonder meer, ook al had men het hun kunnen aanbrengen, zou hen koud en onverschillig hebben gelaten. Een ideaal in den zin, waarin ons dit bezielen kan, was voor hen een macht, die niet bestond. Toch zou men de eigenaardigheid van dit Israëlitisch standpunt miskennen, zoo men het alleen zocht te verklaren uit verschil van volkskarakter en inborst. Er moge tusschen de volkeren onderling een graad verschil bestaan in de waardeering van schijn en wezen, maar in beginsel is alle volk tot den slavendienst van den schijn, van het onwezenlijke, van het afgetrokkene gedwongen, wijl door de zonde zelve het wezen, de werkelijkheid, het persoonlijk leven ons' ontgaan is. Door de zonde verloor de raensch zichzelf, boette zijn eigen persoonlijkheid in en behield slechts de afschaduwing van zijn eigen wezen, waarin zijn hoogmoedig zelfbehagen zich verlustigde. Hierdoor ontstond tevens de onvatbaarheid om de dingen tot in hun wezenheid te doorzien, en werden we, ondanks onzen dorst naar werkelijkheid, er toe genoopt, ook met den schijn en de schaduw der dingen genoegen te nemen en in het afgetrokken spiegelbeeld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's