De leer der Verbonden - pagina 64
54
Y.
HET VBBBONDSHOOFD. Die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en vierde lid dergenen die Mij haten, en doe barmhartigheid aan duizenden dergenen die Mij liefhebben en mijne geboden onderhouden. Ex. 20 5, 6. :
Het denkbeeld van een verbond rust in het Wezen van een Drieëenig^ God; een verbond is de vanzelf gegevene rechtsbetrekking tusschen zijn verbond is het dien Drieëenigen God en zijn zedelijk schepsel uitgangspunt van alle zedelijk leven; dat verbond is eeuwig als God; zulk een verbond sluit vanzelf den persoon „met zijnen zade" in; en zoodanig, verbond is gesloten tegen den gemeenschappelijken dit, vijand van God en mensch, tegen den Duivel. Dusver bracht ons ons vorig opstel. Thans voegen we er dèzea laatsten trek aan toe: Zulk een verhond onderstelt een vorst of hoofd, die in naam van zijn volk het verhond aangaat. Gemeenlijk spreekt men om dit aan te duiden van een „verbondshoofd"; een uitdrukking waar we niets op tegen hebben, en die we zelfs gemakshalve zullen bijhouden. Slechts zie men wel in, dat ze de bedoelde zaak niet ten volle uitdrukt. Spreek ik toch van „verbondshoofd", dan maakt dit op den oningewijde allicht den indruk, alsof dat hoofd er expres gekomen zou zijn, om dat verbond aan te gaan, zoodat hij er anders niet zou geweest zijn en buiten dat verbond geen roeping of officie heeft; maar eeniglijk optreedt, om nu er eenmaal een verbond te sluiten viel, dat sluiten van het verbond mogelijk te maken. En zie, nu zijn het juist al deze mechanische en gewrongene voorstellingen, die we uit onze bepeinzing van Godes heilige mysteriën, moeten wegdoen. Toen na het Congres van Weenen de Duitsche Bond in het leven trad, was men in sommige kringen er zeer naijverig op, om van den Oostenrijkschen keizer steeds als „Yerbondshoofd", Bundeshaupt, te spreken; maar bedoelde dan niet, dat hij, als representeerende zijn volk, de conditiën van het Duitsche Verbond op zich had genomen. Immer slechts voor een deel van zijn rijk trad hij in den Bond. Neen, maar dan beteekende die titel van „Bundeshaupt" of Verbondshoofd, dat de keizer van Duitschland onder al de vorsten die het verbond gesloten hadden, als de eerste in rang werd beschouwd, en dus de leiding, voorzitting en a.-mvoering van het verbond voor zich :
kon opeischen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's