Het heil ons toekomende - pagina 28
18
En van
ging,
om
ook
het
schrilste
hoogmoed en nederigheid
niet
te
zoover, dat
verzwijgen, de wisseling
hoogmoed
regel, nederig-
heid slechts uitzondering bleek; merkte men op, dat de overgang uit hoogmoed in nederigheid nauwlijks pijnlijk aandeed; droeg de betoonde nederigheid geen kenmerk van uit oordeel over den hoogmoed geboren te zijn; bovenal, speelde beide soms dooreen, zoodat een hoogmoedige reuke in het vertoon van nederigheid onmiskenbaar •«ras, dan ware alle grond aanwezig, om den wortel dier nederigheid niet in God, maar in het booze hart te zoeken, de bron te verdenken waaruit dit hooger leven voorgaf geweld te zijn, en hoogstens aan „een verlichting voor een tijd" te denken, waarbij het tot boete noch bekeering noch tot opstanding uit de diepte der zonde kwam. Voor verre het groote deel is deze worsteling een verborgen arbeid der ziel. Of het ons geschonken licht een voorwerp van zelfvernietigenden dank, of steunsel voor zelfverheffing in eigen schatting wordt, is alleen op den diepsten bodem der consciëntie te beslissen. In geen
—
bezig doen op het terrein van Christelijke werkzaamheid kan vraag gesmoord; in geen fel bewogen stroom des dwependen gevoels duikt ze onder; in geen som van veelheid des kenniese laat Welk talent ons ook zij toebetrouwd, langs wat ze zich oplossen weg de goede Herder ons ook in den doolhof des Christelijken levens voortleide, de band onzer ziel met den Drieëenige blijft voor elk hart de hoofdvraag, en uit niets zoozeer als uit de worsteling van den nederige en hooghartige in ons, wordt het antwoord op die vraag voor het eigen hart gekend. Toch treedt die vraag ook naar buiten. Het leven der ziel, hoe teeder ook, mag zich niet opsluiten. Gode behoort het toe, niet ons. Het talent mag niet begravea. Het licht in u moet schijnen. Ook aan de plante uwer ziel moet het zaad voor nieuwe kiem gewonnen, waarop de omgeploegde vore reeds wacht. veel
die
!
Intiem,
Maar
intiemer
dan
iets,
toch, die intimiteit
is
mag
het
heilgeheim-
Gods met
uw
ziel.
geen sluiten van de vensterluiken, stroom des hoogeren levens, tot geen
tot
geen versperren van den toeklemmen der lippen verleiden. Het licht moet schijnen, de stroom
tot
vloeien, de lippen spreken. in zichzelf opgesloten Christen is een ondenkbaar figuur. De paradijswet aan den van God geschapen mensch geldt ook voor het nieuwe schepsel in het Godsrijk, 's Heeren Koninkrijk is een
Een "
naar Schepper
rijk
'smenschen zelf
voor
de
gebouwd op de ordeningen door den zijner m e n s c h e nkinderen gegeven ook op de erve des nieuwen Koninkrijks,
aard,
wereld
Ook in zijn herstelden stand, ,*Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt geldt dan de goddelijke regel en vervult de aarde en beheerscht haar." :
Afgesneden openbaren
het
hiermee de zoo vaak gehoorde tegenwerping, alsof van eigen zielsgeheim op zichzelf reeds ontwijding
is
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's