Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De leer der Verbonden - pagina 26

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De leer der Verbonden - pagina 26

3 minuten leestijd

16 Eigenlijk konclea we volstaan met hierop te antwoorden: „Omdat God Drieëenig was; en Drieëenig* is de Heere omdat Hij God is!" Immers indien onze gedachten zich een oogenblik tot het Allerheiligste en Allerhoogste Wezen opheffen, kan een kind begrijpen, dat God op zou houden een volzalig God te zijn, indien Hij om te leven zijn schepsel noodig had. God is geen God of Hij moet „zelfgenoegzaam" zijn. Noch in macht noch voor zijn heiligen vrede,

noch voor hangende.

zijn

eeuwig

diepe

gelukzaligheid van iemand of iets af-

Maar mogen we, indien dit dan gereedelijk wordt toegegeven en elk ons toestemt: „God moet zelfgenoegzaam zijn of Hij is geen mogen we dan in stillen eerbied de vraag eens opwerpen: God!", Indien God niet Drieëenig ware, hoe zou Hij dan, toen er nog geen lezer

bestonden, gelukzaligheid hebben gehad en volheerlijk als geleefd? Tot waar leven; tot hooger leven onder menschen zelfs behoort toch immers dat men lieft en mint en heeft naar wien men zich uitstrekt, en voor wien men zich uit, en in wiens wezen men zijn eigen wezen overstort. Een leven in volslagen eenzaamheid is geen leven. Waar geen enkel voorwerp is dat men lief kan hebben, is geen geluk. En waar geen hooger geluk is, hoe liet zich daar een volzalige, goddelijke existentie denken? En toch tot zulk een toestand verlaagt men noodwendig het Allerheiligste Wezen, indien men weigert te belijden dat Hij Drieëenig was. Want immers de schepping is eens begonnen, en achter die schepping ligt dus een onbegonnen eeuwig diepe eeuwigheid, waarin er niets buiten God, niets dan God, God alleen, was. En in dien oceaan der eeuwigheden, waarbij ons korte wereldbestaan minder dan een dauwdrop bij den bergstroom is, zou God, indien Hij niet Drieëenig ware geweest (d. w. z. indien niet óók in die diepten der eeuwen met den Vader geweest ware óók de Zoon en óók de Heilige Geest) dus niets hebben kunnen liefhebben; en, wijl een bestaan zonder lieven geen leven is, laat staan, zalig mag heeten, derhalve niet volzalig hebben kunnen zijn. Door alle eeuwen heen zou God de Heere dan hebben moeten dorsten en smachten naar het oogenblik, w^aarop er een schepsel zou komen, dat Hij minnen kon. En aldus zou God de Heere van aller eeuwen oorsprong ongelukkig zijn geweest, om eindelijk, voor nu pas 6000 jaren gelukkig te zijn gemaakt door zijn schepsel. Dit toont duidelijk, waar de loochening der Drieëenheid op uitloopt. Zegt men toch: God is niet Drieëenig, dan houdt God op zelfgenoegzaam, en dus ook op „God" te zijn. En het einde is, dat het rad wordt omgekanteld, en dat God de Heere door zijn schepsel gelukkig moet gemaakt worden, in stee van het schepsel door God. En het is dan ook om die reden, dat toen vóór een dertig, veertig jaren de toenmalige godgeleerden en predikanten de belijdenis der Drieëenheid met dreigementen en hoogheden, zoo niet maar sluwheden schepselen

God hebben ;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's

De leer der Verbonden - pagina 26

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's