Honig uit den rotssteen - pagina 19
:
gen,
om
ons
komt
stuiten
te
in
onze dartelheid,
om
ons toe
te
roepen
Onze kranken, die ziek werden, opdat wij ome liefde aan hen zouden oefenen, opdat ons geloof mm hen openbaar zou worden, opdat ons de troost op de lippen zou komen. Onze „Straks
het aan u."
priesters en priesteressen daar in het witte kleed ons zacht toe te fluisteren: „Alleen door en. om de zonde dus ook om en voor u !" Ja, waarom zou het in de pen blijven, „onze kranken" ze zijn een zout dat bederf weert in ons bedorven en bedervend leven. Als die krankheden eens niet waren gekomen, hoeveel minder zielen zouden heur God hebben gevonden, hoeveel toewijding en zelfverloochening ware nimmer ontloken, hoeveel teugelloozer zou de luchthartigheid der wereld niet voorthollen De krankheden ze zijn een tegenhoudende geop haar golvend pad nade voor heel onzen levenskring. En dat is de heerlijkheid voor onze kranken die nederliggen. Ze denken dat ze niets doen en zie, ze zegenen ons. Ze wanen, dat al hun lijden om niet is, en toch hun smarten zijn een cement voor Gods huis. Wonderlijk, nietwaar? Omdat het anders alle palen te buiten zou gaan aan brooddronkenheid en dartelheid, zendt God de Heere een. engel die slaat, en uit de fiool van dien engel valt hier een spat des toorns op een lief blozend kind, dat verbleekt en wegteert, en valt ginds een droppel op een vroom kind Gods, dat ijverde voor den Heere der heirscharen en nu plotseling in zijn loop wordt gestuit. Waarom, zoudt ge in uw waan zoo zeggen, waarom, als er zieken zijn moeten, waarom treft Gods ban dan niet den goddelooze of den
kranken,
die
nederliggen,
als
om
;
!
grijsaard die toch vergaat?
En
„ziek zijn" voor u een doelloos tijd verook niet te vatten. Maar als ge er een oog voor krijgt dat „ziek zijn" een oefenen van kracht in het Koninkrijk is, dat God door dat „ziek zijn" den duivel in de maatschappij bindt en de teederste toewijding ontluiken doet, o, dan wordt dat heel anders. Dan begrijpt gij hoe een ziek mensch soms veel nuttiger is en meer voor den Heere teweeg brengt dan een man die loopt in zijn kracht. En dan, dan zult ge er ook in kunnen komen, waarom God er telkens zoo velen van zijn liefste kinderen krank maakt. Want immers dat zijn de personen door wier ziekte Hij het meest werken kan. Gods lieve kinderen hebben altijd andere kinderen Gods, die hen teederlijk minnen. Zoo komt de toewijding het heerlijkst uit. Gods lieve kinderen zijn Satans liefste mikpunt. Zoo hebben ze dan zwaarder lood aan de klok der ziel noodig dan andere menschen. En ook, op hun ziekbed kan er van Gods lieve kinderen meer uitgaan dan van kinderen der wereld. Eivet en Witsius waren allebei overgeleerde hoogleeraren. En toch is het de vraag of ze door de weinige dagen van hun ziekbed niet nog meer innerlijk het Godsrijk hebben gebouwd dan door hun geleerde geschriften. Wij kunnen dat spillen
zoolang
natuurlijk, is,
dan
is
dat
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's