De leer der Verbonden - pagina 80
70
den zondaar
op den komenden Messias en
richtte
hem
zaligheid schonk
in hem.
dan nu saamgaan? Saamgaan, dat de apostel van de wet tegen de genadebedeeling overstelt, en dat diezelfde apostel anderzijds ons op Gods doen met Israël wijst als tot die genadebedeeling behoorende? Dit kan niet. Dit strijdt. Het ééne sluit het andere uit.
Maar hoe kan
dit
eenerzijds de bedeeling
Wat
nu?
kiest ge
om
Israël tot de genadebedeeling te rekenen en dus ook wetsweg daarbij in te sluiten? Maar weet dan wel, dat ge groot gevaar loopt van door een nieuw „raak niet en smaak niet", zelf in Oud-Testamentischen geest te gaan leven en eigenlijk de genade toch weer in de wetsvolbrenging te smoren. Of wel zegt „Neen, dat niet, maar Isrnël stond dan ook buiten de genadebedeeling!" Welnu, dan komt ge er natuurlijk rechtstreeks toe om het Oude Testament als van ondergeschikte waarde te beschouwen, het van lieverlee te ontdoen van zijn goddelijke autoriteit, alzoo uw Heiland te weerspreken die de goddelijke autoriteit van dit Testament hoog hield, en aldus tegen uw wil medeplichtig te worden aan dat opzij schuiven van heel uw Bijbel, wat altijd volgt, zoodra men eenmaal met een opzij zetten van het Oud-Verbond begon. En zie, terwijl nu op dat thans weer in zwang komend standpunt
Kiest ge,
zijn
,12,-e:
óf de Schrift of de genadebedeeling wegvalt, zou natuurlijk elke moeilijkheid worden weggenomen en alles vanzelf vlotten en op orde komen, indien bleek, dat én de wetsweg én het met het oog op dien weg gesloten verbond niet pas op den -Sinaï was geopenbaard, maar reeds in het paradijs voor den val. Dan toch zou die wet door verbondssluiting zijn opgelegd aan dien
éénigen mensch die macht had alle menschen te verbinden, doordien aller stamvader was. Dan zou de breuke met die wet en van dat verbond niet eerst in de woestijn van Paran liggen, maar reeds in het paradijs, en dus onzer aller breuke zijn. Dan zou de genadebedeeling niet eerst op den Pinksterdag maar reeds in Eden geopenbaard zijn, en dus gelden voor alle eeuwen en alle geslachten. Dan zou de invoeging van de wet in het Israëlietisch Verbond geen andere beteekenis hebben dan dat Israël datzelfde over had te doen als volk, wat Adam in het paradijs had te doen als persoon, om, gevallen als hij, nu ook als volk den beteren weg des geloofs te zoeken. En dan eindelijk zou Paulus' bestrijding van den wetsweg niet op Israël gemunt zijn, maar door Israël heen tot op den val teruggaan, om alle, mensch voor God verdoemelijk ie stellen en alle mensch te bestraffen, die als zondaar toch den wetsweg nog op wil. Wel te verstaan, den wetsweg ook nu nog op wil, niet om tot kennisse der zonde te geraken, maar om te geraken tot eeuwige zaligheid. Mete nu de kenner der Heilige Schrift en de kenner der innerlijke
hij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's