De leer der Verbonden - pagina 55
45 als
we dan ook
Yerbondssluiting
ia de eerste uitvoeriger beschrijving, die van Gods het Oude Testament voorkomt, lezen, dat God
in
Abram zei „Ik zal mijn Verbond stellen tusschen Mij en tusschen u"; en er dan onmiddellijk op volgen zien: „en zal u gansch zeer vermenigvuldigen"; dan is dit laatste maar niet een belofte die er zoo bij komt, maar een volstrekt noodzakelijk iets, om de Verbondssluiting mogelijk te maken. Met een Abram, die straks wegsterft, met Abram alleen en personeel kan een eeuwig God geen eeuwig Verbond sluiten. Om een eeuwig Verbond te kunnen sluiten met Abram, moet aan dien Abram eerst een nakomelingschap tot in lengte van dagen geschonken worden. En het hoort dus bijéén; het is niet te scheiden; als in éénen adem vloeit het van de lippen des Heeren: „Ik zal mijn Verbond met u sluiten, en om dat te kunnen doen, tot
:
—
zal
Ik u zeer vermenigvuldigen.'' dan ook oorzaak, dat God de Heere vlak daarop precies is
Dit
goddelijke declaratie nogmaals in zijn beide termen herhaalt. Aldus toch lezen we „Toen Abram op zijn aangezicht was gevallen, sprak God met hem, zeggende Mij aangaande, zie, mijn Verbond is met u en gij zult tot een vader van menigte der volkeren worden.''' Om dit nog te vaster te leggen verzegelt Jehovah dat geheimnis zelfs in den nieuwen naam, waarmee Hij Terahs zoon alsnu kroont, er bijvoegende: „En uw naam zal niet meer genoemd worden xlbram, maar uw naam zal wezen Abraham." En dat waarom? Het antwoord volgt onmiddellijk „Want Ik heb u gesteld tot een vader oan menigte der volken.'''' En eerst nu is het hoogtepunt der openbaring bereikt, en staat het Verbond vast tusschen den goddelijken en den menschelijken Verbondsnaam.- Het is Jehovah die zijn Verbond sluit met Abraham, d. w. z. het is de Eeuwige, die tot Verbondssluiting komt met den in zijn geslachten vereeuwigden mensch. Eeden waarom dan ook Abrahams geloof, let wel het geloof, waardoor hij vader aller geloovigen werd, en als onzer aller voorganger in het geloof gerechtvaardigd is, door God onmiddellijk op die belofte van een groote nakomelingschap wordt gericht. Aan Isaak hangt, zoo ge wilt. Abrahams zaligheid; of, om het in gewonen vorm uit te drukken, ze hing aan dien Davidszoon, door Avien Abrahams geslacht eeuwig gemaakt en eeuwig op den troon gezet zou worden. Eerst in dit licht bezien wordt het duidelijk, waarom dat „^nuwen zade' er altijd bij hoort, en met wat deugdelijk recht de Gereformeerde kerk te allen tijde de Doopersche en Methodistische dwaling heeft bestreden, alsof Gods Verbond met elke ziel afzonderlijk nieuw dezelfde
:
:
:
begon. Zie maar eens hoe plechtig de Heere God dit op de boven aangeduide dubbele Verbondsverklaring in Gen. 17 volgen laat: „Ik zal u gansch zeer vruchtbaar maken, spreekt de Heere, en Ik zal u tot volken stellen, en koningen zullen uit u voortkomen, en Ik zal mijn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's