Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Heils termen - pagina 105

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Heils termen - pagina 105

3 minuten leestijd

95

had zijn krachten door die krachten Gods gestrengeld, blies zijn doodenden adem over die innerlijke beweging des gewetens, en maakte

handmerk des Scheppers in zijn schepping schier onleesbaar. Er was dus een vermenging van goddelijke en ongoddelijke krachten. De Barmhartige geeft in zijn ontferming daarom die wereld niet prijs, maar openbaart zich, dat wil zeggen, gaat met zijn goddelijk licht en

het goddelijk

leven in die zich zelf ontzinkende wereld in, en schijnt zich in de volheid der tijden zelfs geheel met haar te vermengen, als het Woord vleesch wordt, en de Zone Gods gezonden wordt „in de gelijkheid des zondigen vleesches." (Eom. YIII 3.) Maar juist hierom kan de „Heiliging" op geen enkele schrede van den openbaringsweg worden gemist. Immers, het moet blijken, dat ook bij die schijnbare vermenging, het goddelijk licht en leven volstrekt onvermengd, zich zelf gelijk en der innerlijke volkomenheid deelachtig blijft. Het sterkst spreekt zich dit natuurlijk uit in Jezus' Dood en Opstanding. „Ik heilig mij zelven voor hen," is het groote woord, waarmee de Heere die innerlijke volkomenheid handhaaft. Maar toch, zullen we helder inzien, w^at dit „Heiligen" beteekent, dan moeten ook wij eerst tot de beginselen der openbaring teruggaan, om daarna eerst tot het hoogste op te klimmen. „Heiligen" is dan, wat vermengd is, onvermengd maken, de vermenging een einde doen nemen. Dit kan natuurlijk geschieden op tweeërlei wijs. Is het goede met het kwade vermengd, dan worden beide evenzeer gescheiden, als ik het goede van het kwade, als dat ik het kwade van het goede afzonder. Hieruit vloeit voort, dat het Schriftwoord „Heiligen" beteekenissen heeft, die schijnbaar soms ver uiteenloopen, en toch in den diepsten zin volkomen aan elkander gelijk zijn. „Heiligen" beteekent 1^. het kwade van het goede wegnemen, en 2*\ het goede van het kwade afzonderen. Wil men bewijs, dat werkelijk deze twee op den bodem der Schrift volkomen één zijn, men vergelijke dan Ezra X 11 met Nehemia :

:

XIII 3. In beide :

„heiligen"

plaatsen zal,

door

wordt tot Israël de eisch gebracht, dat het zich een einde te maken aan zijn vermenging met En nu wordt dit in Nehemia zoo uitgedrukt,

vreemde volken. zij alle ver mengeling van Israël moesten afscheidus het goede laten blijven en het kwade wegnemen, en daarentegen bij Ezra in dier voege: „Scheidt u af van de volken des lands;" juist omgekeerd dus door het goede af te zonderen van het kwade, waarmee het vermengd was. de

„dat den,"

Het „heiligen"

Ook

het

heeft

„Oordeel"

dus dezelfde strekking als het Oordeel. en scheidt het kaf en koren, de tarwe en

schift

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's

Heils termen - pagina 105

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's